|
Cahiers voor een Lezer
Persberichten
Cahiers voor een Lezer nr 34: over Du Perron, poètes maudits en Rudy Kousbroek
Cahiers voor een Lezer nr 33
Cahiers voor een Lezer nr 32
Cahiers voor een Lezer nr 31: over E. du Perron, Gerard Walschap en Soetan Sjahrir
Cahiers voor een Lezer nr 30: over
Du Perron, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, Den Haag
en Boucher)
Cahiers voor een Lezer nr 29: Vriendschap en verwantschap met E. du Perron)
Cahiers
voor een Lezer nr 28: E. du Perron, J. Slauerhoff, Jo Otten
en J. Gans)
Cahiers
voor een Lezer nr 27
Cahiers
voor een Lezer nr 26: Russische aspecten
Cahiers
voor een Lezer nr 25: Jubileumnummer ‘E. du Perron
in Tilburg’
Cahiers
voor een Lezer nr 24: Vent of vorm, en Vestdijk
Cahiers voor een Lezer nr 23
Cahiers voor een Lezer nr 22
Cahiers voor een Lezer nr 21
Cahiers voor een Lezer
nr 20
Cahiers voor een Lezer nr 18: Brussel
Cahiers voor een Lezer nr 17
Over Cahiers voor een
Lezer van het EdPG
Inhoudsoverzicht van alle verschenen
Cahiers.
Bestellen

Cahiers voor een Lezer nr 34: over Du Perron, poètes maudits en Rudy Kousbroek
(december 2011, 44 p., met ills., € 8,- incl. verzendkosten)
bevat - naast een In memoriam Rudy Kousbroek - bijdragen over E. du Perron en Franse negentiende-eeuwse poëzie.
Kim Andringa, literair vertaalster en van 2005 tot 2011 docente Nederlands aan de Sorbonne, maakt in haar bijdrage ‘E. du Perron en het “menselijk apport” in de Franse negentiende-eeuwse poëzie’ duidelijk dat Du Perron al vroeg hechtte aan de menselijke ‘inbreng’ in de poëzie. Naast ritme, vorm en muzikaliteit moesten voor hem de persoonlijkheid en authenticiteit van de dichter doorklinken in diens werk. De poètes maudits boeiden hem dan ook, met dichters als Baudelaire, Rimbaud en Jarry, die zich afzetten tegen ‘schoonheid’ en een burgerlijke ethiek. Hij voelde verwantschap met Gérard de Nerval, Tristan Corbière en Henry Levet, dichters die vrij jong stierven en een oeuvre nalieten dat gekenmerkt wordt door sterk individualisme. In Du Perrons gedichten vindt men een oneerbiedigheid en ironie, die op deze dichters geïnspireerd lijkt.
Kees Snoek, hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Sorbonne, zoomt in zijn bijdrage ‘Onder impuls van Heredia: Du Perron, poeta doctus’ in op Du Perrons cryptische gedicht ‘Op een divanbed’ in de dichtbundel Parlando. Dat begint met een motto van de negentiende-eeuwse Franse dichter José de Heredia (1842-1905): bepaald geen poète maudit, maar een ‘Parnassien’, die gebeeldhouwde verzen schreef geïnspireerd op de Oudheid. In ‘Op een divanbed’ combineert Du Perron zulke gebeitelde poëzie met gewone spreektaal. Bij Heredia is Cleopatra de ‘femme fatale’ van Antonius, die hem verraadt. Bij Du Perron laat ‘mijn hartevreugd’ de ‘ik’ bij het erotisch divantreffen juist niet in de steek. Snoek laat zien hoe dit gedicht een complex intertekstueel literair spel is met een autobiografische inhoud. Al is niet elke passage helder, het lijkt te gaan om zijn ontmoetingen met Bep de Roos, nog voordat zij getrouwd waren en over wat er, nu hij die ‘Ene’ ontmoet had, door hem heen ging op en bij dat divanbed.
In Rudy Kousbroek, Eddy du Perron en het bepalen van een houding. In memoriam Rudy Kousbroek schetst Kees Snoek hoezeer Indies memorandum (1946) van Du Perron doorklinkt in Kousbroeks Het Oostindisch kampsyndroom (1992). Naast hun Indische achtergrond deelden zij het vermogen tot distantie en zelfonderzoek. Beide kwamen tot een kritische beschouwing van het kolonialisme. Bij beide was het kiezen van een houding, als ‘honnête homme’, tegenover anderen en zichzelf een levensbehoefte.

Cahiers voor een Lezer nr 33
40 p., met ills., € 8,- incl. verzendkosten) bevat naast een In memoriam Herman Verhaar bijdragen over E. du Perron als Indisch journalist en over Fred Batten.
Ronald Spoor gedenkt in zijn In memoriam Herman Verhaar (3 september 1944-28 mei 2010) de criticus en essayist Verhaar, die zich o.m. intensief met Du Perron, Kafka, Reve en Hermans heeft beziggehouden. Hij was eindredacteur van deel I van de Brieven van E. du Perron en vanaf de oprichting lid van het E. du Perron Genootschap.
In Een reactionair onder reactionairen: E. du Perron als Indisch journalist beschrijft Gerard Termorshuizen hoe de jonge Du Perron van 1919 tot 1921 als jongste redacteur bij het Nieuws van de Dag voor Nederlandsch-Indië werkte, onder de aartsconservatieve, in Indië befaamde en beruchte hoofdredacteur Karel Wijbrands. Diens koloniale gedachtegoed was gemeengoed in de kringen van de Du Perrons. Door zijn verblijf in Europa vanaf 1921 kreeg E. du Perron echter andere gedachten over de koloniale verhoudingen en ontwikkelde hij zich van reactionair tot progressief.
Wilma Scheffers bespreekt in Fred Batten en het ‘Verzameld werk’ en de ‘Brieven’ van Du Perron. Uit het leven van Fred Batten de rol die de neerlandicus Fred Batten (1910-1980) heeft gespeeld bij de uitgaven van het Verzameld werk en de Brieven. Met zijn grote betrokkenheid, wetenschappelijke nauwgezetheid, kritische opstelling en onvermoeibare inzet heeft hij bijgedragen aan de kwaliteit van deze publicaties.

Cahiers voor een Lezer nr 32
24 p., met ills., € 8,- incl. verzendkosten bevat naast een In memoriam Paul Voorhoeve (de eerste voorzitter van het EDPG) bijdragen over E. du Perron en Malraux en over drie nog onbekende opdrachten van Du Perron.
Kees Snoek herdenkt in In memoriam Paul Voorhoeve (18 juli 1927-13 juli 2010) de eerste voorzitter van het E. du Perron Genootschap, hoogleraar neurofysiologie Paul Voorhoeve. Na zijn emeritaat verdiepte hij zich in André Malraux en diens contact met Du Perron, waarover hij - ook in Franse tijdschriften - publiceerde.
In Uitdaging van het Westen, uitdaging van het Oosten: Du Perron en Malraux tussen Europa en Azië schetst Kees Snoek welke rol het denken over Oost en West speelde in de vriendschap tussen André Malraux en E. du Perron.
Wessel Krul bespreekt in In opdracht van E. du Perron drie nog onbekende opdrachten in boeken voor familieleden.

Cahiers voor een Lezer nr 31
32 p., met ills., € 8,- incl. verzendkosten, bevat bijdragen over E. du Perron en Gerard Walschap en over de relatie tussen Soetan Sjahrir en E. du Perron.
Manu van der Aa schetst in ‘Uw tegenstander om den Heer’. E. du Perron en Gerard Walschap hoezeer Walschap (1898-1989) als Vlaams katholiek schrijver een andere achtergrond had dan Du Perron (1899-1940). Du Perron waardeerde zijn roman ‘Adelaïde’ en was in recensies positief over de latere boeken, waarin Walschap zich als ‘vent’ steeds verder distantieerde van het katholicisme. Over het werk van Du Perron was Walschap in zijn recensies minder enthousiast. Een ontmoeting tussen de heren heeft nooit plaats gevonden. Zouden ze in een goed gesprek nader tot elkaar gekomen zijn?
Kees Snoek gaat in De relatie Sjahrir-Du Perron. Een speurtocht en een kennismaking niet alleen in op E. du Perron en Soetan Sjahrir, maar ook op de brieven die Sjahrir tussen 1931 en 1940 aan zijn vrouw Maria Duchâteau schreef en die in 2011 in boekvorm zullen verschijnen. Sjahrir (1909-1966) – de eerste premier van Indonesië (1945-47) – was in de jaren dertig politiek actief in Nederlandsch-Indië. In 1934 werd hij gearresteerd en tot 1942 gevangen gehouden. Daardoor heeft hij Du Perron niet ontmoet, maar ze schreven elkaar en Du Perron stuurde hem boeken toe en steunde in 1940 zijn vrouw in Nederland. Van correspondentie tussen Du Perron en Sjahrir was naar gedacht werd alleen de in Kritiek en Opbouw gepubliceerde brief Pour prendre congé (PPC) uit 1939 over, waarin Du Perron zijn besluit uit Indië te vertrekken uitvoerig beargumenteerde, maar onlangs is nog een klein briefje van Du Perron aan Sjahrir teruggevonden. In de 287 brieven van Sjahrir aan Maria Duchâteau staan talloze passages met kritiek én waardering van de politiek strijder op Du Perron, die meer een strijder met de pen was. Sjahrir wees aanvankelijk Du Perrons cynisme af, maar naarmate zijn gevangenschap langer duurde werd ook hij cynischer, al bleef hij idealistisch en strijdbaar. In een interview met Hans Gomperts in 1947 noemde hij het persoonlijke en vriendschappelijke contact dat Du Perron met Indonesische intellectuelen had gehad van grote waarde, Du Perron had het koloniale vooroordeel overwonnen.
> Cahiers voor een Lezer kunnen via deze
website besteld worden.
Een abonnement kost € 15,- per jaar.

Cahiers voor een Lezer nr 30
28 p., met
ills., € 8,- incl. verzendkosten, bevat bijdragen over E.
du Perron en Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift en
over Du Perron, Den Haag en uitgever Boucher.
Koen Rymenants beschrijft in ‘E.
du Perron en de ‘oorlogsgeneratie’ in Elsevier’s
Geïllustreerd Maandschrift’
de ontvangst van Du Perron en zijn generatiegenoten in dit tijdschrift
(1891-1941), dat een breed publiek met goede literatuur wilde laten
kennismaken. De voorlichtende, middle brow opstelling stond
haaks op de polemische attitude van een schrijver als Du Perron en
een blad als Forum. Du Perrons geschriften werden dan ook
vrijwel niet besproken in het Maandschrift. In 1934 werd Het land
van herkomst echter wel belangrijk genoeg geacht, het werd betiteld
als ‘een echte Hollandsche familieroman’. Geleidelijk kon
men de mannen van Forum niet meer negeren in het literaire
veld. In 1940 werd Du Perron zelfs door redacteur J. Tielrooy gevraagd
in het Maandschrift artikelen te schrijven over Multatuli’s portretten.
Eén artikel verscheen, waarna er in juli 1940 een ‘In
memoriam Du Perron’ door Rudie van Lier werd opgenomen. Zo werd
Du Perron vlak voor het verdwijnen van het Maandschrift in 1941 nog
salonfähig voor het blad. Zijn aanwezigheid in de Nederlandse
literatuur was toen niet meer weg te denken.
Kees Snoek schetst in E. du Perron, Den Haag
en uitgever Boucher dat Du Perron aanvankelijk weinig op had
met Den Haag, maar dat hij de stad na zijn kennismaking en huwelijk
met de Voorburgse Bep de Roos ineens een ‘verrukkelijk oord’ noemde.
Met meer gemengde gevoelens correspondeerde hij tussen 1932 en 1937
met de jonge Haagse boekhandelaar en uitgever L.J.C. Boucher (1908-1987).
Die publiceerde enkele bundels van of samengesteld door Du Perron
in de reeks Folemprise, waaronder de dagboeknotities ‘Blocnote
klein formaat’ (1936). Een vervolg hierop werd echter niet
bij Boucher uitgegeven.
> Cahiers voor een Lezer kunnen via deze
website besteld worden.
Een abonnement kost € 15,- per jaar.

Cahiers voor een Lezer nr 29
32 p., met
ills., € 8,- incl. verzendkosten, bevat bijdragen over schrijvers
die met Du Perron bevriend waren of zich met hem verwant voelden.
Jan van der Vegt schetst in E. du Perron
tussen Roland Holst & Hendrik de Vries hoe verschillend
de vriendschap tussen Du Perron en deze twee dichters was. Du Perron
leerde de ruim tien jaar oudere Adriaan Roland Holst (1888-1976)
in Brussel kennen. Ze raakten zeer bevriend, al hadden ze volkomen
andere karakters. Roland Holst was met zijn ‘mondain gekwebbel’ een
graag geziene gast op Gistoux. Anders dan Du Perron was hij geen
liefhebber van felle discussies. Met zijn libertijnse en luchtige
levenshouding trachtte hij de angst dat zijn Muze hem in de steek
zou laten in bedwang te houden. Du Perron hield niet van Roland Holsts
proza maar vond zijn gedichten echt, authentiek en van Europees niveau.
Bij de dood van Du Perron in 1940 getuigde Roland Holst in een In
memoriam van de sterke vriendschap tussen hen beiden.
De teruggetrokken levende Groningse dichter en Spanje-kenner Hendrik
de Vries (1896-1989) was jonger dan Du Perron, die enthousiast dichtbundels
van De Vries samenstelde. Du Perron waardeerde de droomgedichten als ‘Mijn
broer’ zeer, maar waarschijnlijk heeft hij De Vries’ grote
kwetsbaarheid niet geheel doorgrond. Vanaf 1933 zocht De Vries op weg
van of naar Spanje Du Perron meermalen op in Parijs, maar na 1936 zagen
ze elkaar niet meer. Bij de dood van Du Perron bleek De Vries teleurgesteld
in hun vriendschap. Die was misschien ook wel onmogelijk tussen twee
zo verschillende naturen.
Rob Molin geeft in Fred Batten, Adriaan Morriën
en Huug Kaleis. Een discipel van E. du Perron en twee aanverwante
geesten een beeld van de invloed van Du Perron (en Ter Braak)
op deze ‘jongeren’. Adriaan Morriën (1912-2002)
leerde Fred Batten (1910-1978) in 1939 in Den Haag kennen en via
hem een heel literair circuit. Beiden hadden toen al gepubliceerd.
Batten kende Ter Braak en Du Perron persoonlijk en stelde zijn leven
in dienst van Du Perron. Zelfs zijn handschrift ging een sterke gelijkenis
vertonen met dat van Du Perron. Batten attendeerde Morriën op
de bij Du Perron zo centrale Franse literatuur en droeg hem de normen
van Du Perron over. Morriën voelde zich vanuit zijn IJmuidense
gereformeerde achtergrond eerder tot Ter Braak aangetrokken, maar
zonder de invloed van Du Perron zou hij een andere ontwikkeling hebben
gehad. Dat geldt ook voor Huug Kaleis (1928-89), die Morriën
in de jaren ‘60 leerde kennen. Kaleis ging al snel gedreven
polemieken in de trant van Forum schrijven in Het Parool,
waarbij hij o.a. krachtig stelling nam tegen Merlyn en een
blinde bewondering voor W.F. Hermans ontwikkelde, die hij als een ‘super-Forumiaan’ zag.
Door zijn felheid raakte hij in isolement, inmiddels is hij totaal
vergeten. Fascinerend is hoe deze schrijvers door het werk en de
ideeën van Du Perron en Ter Braak gevormd zijn en hoe ze hun
aan Forum ontleende maatstaven aan elkaar doorgaven.
> Cahiers voor een Lezer kunnen via deze
website besteld worden. Een abonnement kost € 15,- per jaar.

Cahiers voor een Lezer nr 28
32 p., met ills., € 6 incl. verzendkosten, bevat bijdragen
over drie schrijvers met wie E. du Perron contact en soms vriendschap
had.
Wim Hazeu schetst in Slauerhoff en Du Perron de ‘wanhopige
vriendschap’ tussen de twee schrijvers, waarbij Du Perron belangrijker
was voor Slauerhoff dan Slauerhoff voor Du Perron. Zij leerden elkaar
kennen in 1928 en er ontstond een hechte vriendschap en samenwerking.
Wat hun verbond was niet alleen het schrijverschap, maar ook hun kosmopolitische
oriëntatie, de hang naar de tropen, een trots karakter en een
sterk gevoel voor rechtvaardigheid. In 1935 kwam er echter een onherstelbare
breuk. Hun levens hadden zich verschillend ontwikkeld, irritaties over
en weer escaleerden, hun karakters bleken onverenigbaar.
Afgedrukt is het gedicht van J. Slauerhoff ‘Een
wijze’, met de - niet in het Verzameld Werk III (1941)
van Slauerhoff vermelde - opdracht: Aan.. Eddy.
Rob Groenewegen beschrijft in Vriend of vijand?
Jo Otten en E. du Perron het beperkte contact tussen de - nu
vrijwel vergeten - auteur Jo Otten (1901-1940) en E. du Perron (1899-1940).
Du Perron moest weinig van Ottens werk hebben. Diens ‘filosofie
van het ogenblik’ waarbij het pragmatisch vinden van vrijheid
voorop stond, werd door Du Perron als ‘smeerlapperij’ afgedaan.
Toch zijn er overeenkomsten tussen de twee schrijvers. Ze werden
beiden geïnspireerd door het Franse surrealisme en worstelden
met de keuze tussen revolte of berusting. Vanaf 1937 begonnen ze
allebei over Multatuli te schrijven. Otten betoogde in zijn artikel Machiavelli
en Multatuli (1939) dat machtsuitoefening bij Multatuli in dienst
van de humaniteit gesteld werd. Daar was Du Perron het geheel mee
eens. Dit had tot nader contact kunnen leiden, maar beiden overleden
plotseling in de meidagen van 1940. Tot een vriendschap is het daardoor
niet gekomen.
Willem Maas gaat in De correspondentie tussen
Jacques Gans en E. du Perron in op de korte vriendschap tussen
Jacques Gans en E. du Perron. In 1933 leert de dan communistische
activist Gans (1907-1972) in Parijs de wat oudere Du Perron kennen,
na het schrijven van een stuk tegen diens artikel in Forum ‘Flirt
met de revolutie’. Al gauw raken ze bevriend. Gans is ervaren
in de praktische politiek. Du Perron, die zich juist in communisme
en fascisme verdiept, wordt zijn mentor als schrijver en helpt hem
aan werk. In 43 brieven is de ontwikkeling van hun denken over de
politiek te volgen. Als Du Perron in 1936 naar Indië vertrekt,
is de vriendschap bekoeld. Later liet Gans – inmiddels medewerker
van De Telegraaf geworden - zich overigens positief uit over Du Perron,
die zich van 1933-36 over hem ontfermd had.

Cahiers voor een Lezer nr 27
mei 2008, 32 p.,
met ills., staan twee bijdragen.
In De houdbaarheid van een polemist. E. du Perron en de literaire kritiek
na 1945 (p. 3-24) beschrijft Mathijs Sanders de functie
van E. du Perron in de naoorlogse literatuurkritiek. In de jaren vijftig was
diens status geconsolideerd, mede door Gomperts en Libertinage. In de
jaren zestig werd Du Perron als woordvoerder van een op de schrijverspersoonlijkheid
georiënteerde kritiek ingezet in het debat door toonaangevende critici als
Oversteegen en Goedegebuure. Daarna verdween de gidsfunctie van Du Perron. Vanaf
2000 komt echter de normstellende en polemische aanpak van Du Perron -
vaak zonder zijn naam te noemen – weer in de belangstelling onder academisch
geschoolde essayisten en recensenten.
In Du Perron over de aandelen Elsschot. Een vergelijkende appreciatie (p.
25-31) gaat Kees Snoek in op de waardering en kritiek van beide
schrijvers voor elkaar en de eigenzinnige criteria die Du Perron hanteerde bij
zijn appreciatie van schrijvers.
U kunt Cahiers
voor een Lezer, nr.27 bestellen
via deze website.

Cahiers voor een Lezer nr 26: ‘Russisch nummer'
32 p., met
ills., is een Russisch nummer.
Cees Willemsen schrijft in E. du Perron en de
Russen (p. 3-13) dat de invloed van de Russische literatuur op
Du Perron weliswaar beperkt was, maar dat hij Poesjkin en Tsjechov
voor Nederlandse begrippen vroeg waardeerde.
Kees Snoek geeft in E. du Perron, Lord Byron en
Mikhail Lermontov (p. 15-31) aan dat Du Perron al vroeg waardering
had voor Byron, van wie hij twee gedichten vertaalde, en voor Lermontov.
Hem troffen vooral hun realisme en laconieke stijl evenals het universele
thema van ontgoocheling en zelfverlies.
U kunt Cahiers voor een Lezer, nr.26 bestellen
via deze website.

Cahiers voor een Lezer nr 25: ‘E. du Perron in Tilburg’,
jubileumnummer
Cahiers voor een Lezer nr 25 is een extra
dik jubileumnummer (60 p., met ills.), gewijd aan ‘E. du Perron
in Tilburg’. Op 17 januari 2007 organiseerde de Universiteit
van Tilburg een symposium over kinder- en jeugdliteratuur ‘Oordelen
op maat? Een kwestie van vraag en aanbod’, met als speciaal onderdeel ‘De
actualiteit van Du Perron’. Sprekers waren Kees Snoek, Piet Mooren
en Kader Abdolah. Ook werd de E. du Perronprijs 2006 uitgereikt. Cahier
25 bevat de teksten van de voordrachten en een samenvatting van de
door burgemeester Ruud Vreeman geleide discussie.
Kees Snoek schetst in E. du Perron, Indische jongen,
Europees intellectueel (p. 3-17) hoe Du Perron na zijn Indische
jeugd in 1920 in Europa terechtkwam en zich geleidelijk van politieke
naïeveling ontwikkelde tot geëngageerd intellectueel. Gedreven
door nostalgie en ‘om Europa vaarwel te zeggen’ vertrok
hij in 1936 naar Indië, maar in 1939 keerde hij terug: als antikoloniale
schrijver, wiens plaats niet in Indië was maar in Europa.
Piet Mooren analyseert in In naam van E. du Perron.
Geschiedenis van een prijs (p.18-37) de E. du Perronprijs tussen
1986 en 2006. De herkomst van de laureaten is kosmopolitisch, de bekroonde
werken richten zich op jeugdig én volwassen publiek, herinneringen
aan landen van herkomst spelen een belangrijke rol. In Nederland heeft
de roep om assimilatie sinds 2000 het ideaal van de ‘multiculturele
samenleving’ overschaduwd, maar in 2006 verscheen Hugo Brems
multiculturele literatuurgeschiedenis, waarin ook literatuur van migranten
een plaats krijgt. De E. du Perronprijs heeft in dat proces een pioniersrol
vervuld.
Kader Abdolah, laureaat van de Du Perronprijs 2000, werkt
in Een gouden handdruk voor Du Perron (p. 38-42) zijn persoonlijke
voorstelling van E. du Perron uit.
Annette de Bruijn, Karen Ghonem-Woets en Piet Mooren vatten
de door burgemeester Ruud Vreeman geleide discussie samen in De
schrijver als veerman, een gesprek over ‘De actualiteit van Du
Perron’(p. 43-53).
De bundel besluit met de inhoudsopgave van de Cahiers
1 (najaar 1994) t/m 25 (najaar 2007).
U kunt Cahiers voor een Lezer, nr.25 bestellen
via deze website.

Cahiers voor een Lezer nr 24: Vent of vorm, en Vestdijk
Cahiers voor een Lezer nr 24 (32 p., met
ills., € 8,- incl. verzendkosten) bevat een bijdrage
van Radboud van Steenhardt Carré over de literaire
criteria van Du Perron en Ter Braak en een artikel van Vestdijk-biograaf
Wim Hazeu over Simon Vestdijk en E. du Perron.
Radboud van Steenhardt Carré stelt in Du
Perron en Ter Braak in hun strijd tegen de ‘literaire maskerade (p. 3-20) als centrale
vraag: welke literatuur stonden Ter Braak en Du Perron voor en waren
dat ook de uitgangspunten van Forum? Ter Braak en Du Perron stelden
al vroeg ‘vent’ tegenover ‘vorm’ en oorspronkelijkheid
tegenover epigonisme. Dit culmineerde in Du Perrons polemiek met Dirk
Coster en de Prisma-discussie. Ook het beginselprogramma van Forum
bevat een pleidooi tegen de ‘vergoding van de vorm’ en
de levensbeschouwelijke zelfingenomenheid van auteurs en vóór
de creatieve, echte schrijver, die de polemiek niet schuwt.
Wim Hazeu zet in Simon Vestdijk
en E. du Perron (p. 21-31) uiteen
dat Du Perron en Vestdijk vanaf 1932 bevriend waren, maar dat de vriendschap
niet evenwichtig was. Du Perron was in het begin Vestdijks mentor in
de literatuur. Voor Vestdijk, die weinig vrienden had, bleef hij als
vriend heel belangrijk. De vriendschap van Du Perron voor Vestdijk
was minder constant, wel hechtte hij aan Vestdijks literaire oordeel.
Aanvankelijk kon Vestdijk in Forum en elders publiceren dankzij Du
Perron, later kreeg Vestdijk functies waardoor hij werk van Du Perron
kon plaatsen. Ook bij het adviseren en redigeren van elkaars werk deed
zich deze ontwikkeling voor. Aan de hand van mooie citaten wordt het
contact geschetst dat Vestdijk en Du Perron hadden: intensief, levendig,
niet zonder kritiek of irritatie, wel zeer betrokken bij elkaars literaire
activiteiten.
U kunt Cahiers voor een Lezer, nr.24 bestellen
via deze website.

Cahiers voor een Lezer nr 23
over E. du Perron (1899-1940), Maurice Roelants, Paul van Ostaijen
en J.C. Bloem
Cahiers voor een Lezer nr 23 (28 p.,
ills., € 8,-
incl. verzendkosten) bevat bijdragen over E. du Perron (1899-1940),
Maurice Roelants, Paul van Ostaijen en J.C. Bloem:
- Manu van der Aa, Een ‘beste kerel’, maar ook een arrivé.
E. du Perron over Maurice Roelants, p. 3-16
- E. du Perron, Bijdrage nummer zoveel [bij het overlijden van Paul
van Ostaijen], p. 17-19
- Paul E. Voorhoeve, Brieven! [aan Clairette Petrucci] p. 20-21
- Bart Slijper, Een onmatige zwelling van woorden: Du Perron en Bloem
strijden tegen humanitaristen en pathaesthethetici, p. 22-25
Kees Snoek, Aanvullingen op Het leven is wellicht een farce,
p. 26-27
U kunt Cahiers voor een Lezer, nr.23 bestellen
via deze website.

Persbericht Cahiers voor een Lezer, nr 22
In oktober 2005 verscheen:
Cahiers voor een Lezer nr 22, met de voordrachten bij de presentatie
van de biografie van E. du Perron door Kees Snoek op 2 maart 2005
Cahiers voor een Lezer nr 22 (36 p., ills., € 8,- incl.
verzendkosten) bevat de voordrachten bij de presentatie van de biografie E.
du Perron, het leven van een smalle mens door Kees Snoek op
2 maart 2005 in De Balie te Amsterdam. Naast de woorden die Kees
Snoek sprak bij de overhandiging van het eerste exemplaar aan Alain
du Perron, zoon van E. du Perron, zijn de volgende teksten opgenomen:
Kees Snoek, De biografie van E. du Perron
Manu van der Aa, Du Perron en het jaar van De Driehoek, 1925
Max Nord, Tijdgenoot van Du Perron
Cees Fasseur, Du Perron en Multatuli
Elsbeth Etty, Twijfel als uiting van moed. Het land van herkomst herlezen.
Verschillende aspecten van Du Perron worden belicht: zijn contact met
vrouwen, zijn aanwezigheid in Vlaamse literaire kringen, zijn betekenis
voor de generatie direct na hem en zijn fascinatie voor Multatuli.
De discussies over fascisme en communisme in Du Perrons bekendste roman Het
land van herkomst blijken zeer actueel, al zijn de onderwerpen
inmiddels anders. Dat Du Perron de moed had zijn twijfel uit te spreken
bij de moeilijke keuzes van die periode, kan ons ook nu nog inspireren.
U kunt Cahiers voor een Lezer, nr.22 bestellen
via deze website.

Persbericht Cahiers voor een Lezer, nr 21
In maart 2005 verscheen: Cahiers voor een Lezer nr 21, over het literaire
debat tussen E. du Perron en Paul van Ostaijen.
Cahiers voor een Lezer nr 21 (30 p., € 8,- incl. verzendkosten)
is geheel gewijd aan ‘Le Bateau Ivre’: het literaire debat
tussen Du Perron en Van Ostaijen. In zijn feestrede ter gelegenheid
van het tienjarig bestaan van het E. du Perron genootschap, op 15 mei
2004 gevierd in het Letterkundig Museum te Den Haag, sprak de bekende
Vlaamse essayist, literatuurhistoricus en memorialist Henri-Floris
Jespers over de - aanvankelijk grote - waardering van Du Perron en
Van Ostaijen voor elkaars werk. Deze verkilde enigszins, toen Du Perron
in een literaire enquête voor het tijdschrift ‘Avontuur’ Van
Ostaijen als dichter en criticus passeerde en in de daarop volgende
contacten aan Van Ostaijen meldde dat diens dichtwerk hem niets deed.
Van Ostaijen ging mee met Dada en Cocteau, die van grote invloed waren
op het in België opbloeiende surrealisme, Du Perron haakte af.
Kort voor hun verwijdering droeg Van Ostaijen het gedicht ‘Alpejagerslied’ op
aan Du Perron. In de twee heren die daarin voorkomen - een klimmende
en een dalende, ieder met zijn hoge hoed - zou men Van Ostaijen en
Du Perron kunnen zien, met hun divergerende opinie in poeticis.
U kunt Cahiers voor een lezer, nr. 21 bestellen
via deze website.

Cahiers voor een Lezer, nr 20 : over Cocteau en Du Perron en over Du Perrons Parijse
brieven
In ‘Cocteau en Du Perron’ analyseert Theo Festen de bijzondere
plaats die het werk van Jean Cocteau (1889-1963) in het werk van E. du Perron
inneemt. Cocteau’s gedichten staan symbool voor de vrijblijvende fantasie
van het modernisme, iets waar Du Perron zich steeds meer van afkeert. Maar
waarom kan Du Perron daarbij Cocteau maar niet met rust laten?
Du Perron-specialist Kees Snoek publiceert een ‘Lijst van brieven in
Het Vaderland ‘van onzen correspondent’ in Parijs december 1932
- oktober 1936’. (Dit is een bijlage bij zijn artikel ‘Zooveel
mogelijk moet alles tot een parijsch evenement(je) opgeblazen worden! De Parijse
brieven van Elisabeth de Roos’, in: ZL 3(2004) 2 (jan.), p. 38-58.)
Als voorbeelden van deze Parijse brieven zijn opgenomen:
E. du Perron, Op bezoek bij John Buckland Wright. (Het Vaderland, 20 januari
1933)
E. du Perron en Elisabeth de Roos, De Parijsche litteraire prijzen. André Malraux
krijgt den Prix Goncourt. (Het Vaderland, 11 december 1933)
E. du Perron, Een bedreigd Cultuurcentrum. De boekhandel met Shakespeare als
uithangbord. Een interview met Sylvia Beach. (Het Vaderland, 29 juni 1936)
Cahiers voor een Lezer kunnen via onze website besteld worden à € 8,-
(incl. verzendkosten).
Cahiers voor een Lezer nr 18 : Brussel

Cahiers voor een Lezer nr
18 (36 p., à € 8,00 incl. verzendkosten)
is gewijd aan Brusselse aspecten van leven en werk van de schrijver
E. du Perron
(1899-1940).
Kees Snoek publiceert de onlangs door hem
gevonden laatste brief van Clairette Wolfers-Petrucci (1899-1994) aan
Du Perron. Deze Brusselse jongedame was Du Perrons eerste Muze in Europa,
maar zij trouwde met een ander, wat voor de jonge schrijver een bepalende
ervaring was. Haar brief uit 1927 is nooit verstuurd.
Francis Bulhof gaat in Bij enkele
gedichten van Du Perron en Frans-Tireur in op het
belang van een kritische editie van Du Perrons gedichten. Du Perron
veranderde ze voortdurend, ze hadden voor hemzelf een voorlopig en
vluchtig karakter. Dit blijkt bij voorbeeld uit twee gedichten in de
bundel De behouden prullemand(1925), die hij in mei en
juli 1922 schreef en die zijn moeizame relatie met de Brusselse Clairette
Petrucci tot onderwerp hebben.
Reinder Storm, Greshoff en Du Perron
in Brussel gaat over de vriendschap tussen de in Brussel wonende
dichter en criticus Jan Greshoff (1888-1971) en Du Perron en de spanning
die de kritiek van Greshoff op Du Perrons Multatuli-boek De man
van Lebak tussen hen gaf.
Manu van der Aa schetst in Paul
Méral het portret van het gevallen genie annex mythomaan
Méral (pseudoniem van H.M.C. de Guchtenaere, 1895-1946), waarmee
Du Perron kortstondig bevriend was.
U kunt Cahiers voor een lezer, nr.18 bestellen
via onze website.
Cahiers voor een Lezer nr 17:
De Franse receptie van Het Land van Herkomst
De roman Het Land van Herkomst (1935) is het bekendste werk van de schrijver,
essayist en polemist E. du Perron (1899-1940). Hij schreef het toen hij in Parijs
woonde en bevriend was met de schrijver André Malraux. In het boek wordt
de Indische jeugd van Du Perron afgewisseld met beschrijvingen van zijn leven
en vriendschappen in het Europa van de jaren dertig. Als romanpersonages figureren
vrienden als André Malraux en Menno ter Braak (met wie hij het literaire
tijdschrift Forum heeft opgericht).
André Malraux schreef in 1953 een inleiding tot Het Land van Herkomst bij
twee door A.L. Fernhout in het Frans vertaalde hoofdstukken. Pas in 1980 verscheen
een volledige vertaling in het Frans van Philippe Noble: Le pays dorigine.
Franse recensenten vonden het boek toen interessant vanwege het tijdsbeeld en
de speurtocht van Du Perron naar zijn identiteit in de onzekere jaren dertig.
Cahiers voor een Lezer nr 17 (36 p., à € 8,00
incl. verzendkosten))
is gewijd aan de receptie van Het Land van Herkomst in het Franse taalgebied.
Het bevat de inleiding van Malraux uit 1953 en een aantal recensies (alle in
Nederlandse vertaling), een interview met vertaler Philippe Noble en een bespreking
van Oliver Todds biografie van André Malraux..
U kunt Cahiers voor een lezer, nr.17 bestellen
via onze website.
|

  |