Cahiers voor een Lezer

Persberichten
Cahiers voor een Lezer nr 44
Cahiers voor een Lezer nr 42
Cahiers voor een Lezer nr 41
Cahiers voor een Lezer nr 40
Cahiers voor een Lezer nr 39: Willinknummer
Cahiers voor een Lezer nr 38
Cahiers voor een Lezer nr 37
Cahiers voor een Lezer nr 36
Cahiers voor een Lezer nr 35: over jaloezie en vriendschap.
Cahiers voor een Lezer nr 34: over Du Perron, poètes maudits en Rudy Kousbroek
Cahiers voor een Lezer nr 33
Cahiers voor een Lezer nr 32
Cahiers voor een Lezer nr 31: over E. du Perron, Gerard Walschap en Soetan Sjahrir
Cahiers voor een Lezer nr 30: over Du Perron, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, Den Haag en Boucher)
Cahiers voor een Lezer nr 29: Vriendschap en verwantschap met E. du Perron)
Cahiers voor een Lezer nr 28: E. du Perron, J. Slauerhoff, Jo Otten en J. Gans)
Cahiers voor een Lezer nr 27
Cahiers voor een Lezer nr 26: Russische aspecten
Cahiers voor een Lezer nr 25: Jubileumnummer ‘E. du Perron in Tilburg’
Cahiers voor een Lezer nr 24: Vent of vorm, en Vestdijk
Cahiers voor een Lezer nr 23
Cahiers voor een Lezer nr 22
Cahiers voor een Lezer nr 21
Cahiers voor een Lezer nr 20
Cahiers voor een Lezer nr 18: Brussel
Cahiers voor een Lezer nr 17

Over Cahiers voor een Lezer van het EdPG
Inhoudsoverzicht van alle verschenen Cahiers.
Bestellen


naar bovendecember 2016

Cahiers voor een Lezer nr 44

december 2016, 32 p., met ills., € 10,-  incl. verzendkosten
bevat de volgende bijdrage:
Van Bellevue tot Bergen: de briefwisseling Eddy du Perron – Bep de Roos, keuze en commentaar Kees Snoek p. 3 – 32.

Na een verlovingstijd die Du Perron veel te lang had geduurd was hij op 17 mei 1932 eindelijk met Elisabeth (‘Bep’) de Roos in de echt verbonden. Dit gebeurde in het stadhuis van Voorburg, in aanwezigheid van getuigen en naaste familieleden. In plaats van een receptie ontvingen vrienden en kennissen een kaart met de tekst: ‘Elisabeth de Roos en E. du Perron geven hierbij kennis van hun huwelijk en vertrek naar het buitenland’. Dat vertrek was niet meteen: pas in augustus 1932 vond het stel een appartement in Bellevue, ten zuiden van Parijs, maar de verhuizing, of liever de twee verhuizingen, vergden de nodige voorbereidingen.

Dit tweede deel van de briefwisseling tussen Eddy du Perron en Bep de Roos start met passages uit hun brieven over deze verhuizing en volgt het echtpaar gedurende hun verblijf in Parijs (1932-1936), hun vertrek naar en verblijf in Indië (1936-1939) en tot slot de terugkeer in Nederland, in Bergen.

Het eerste deel van deze briefwisseling tussen Du Perron en Bep de Roos is opgenomen in
Cahiers voor een lezer nr. 40
: ‘Van hofmakerij tot huwelijk”. Dit is een selectie van de brieven vanaf hun kennismaking tot aan het huwelijk. Van dit nummer zijn nog slechts een paar exemplaren te bestellen.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.44 bestellen via onze website.


naar bovenoktober 2015

Cahiers voor een Lezer nr 42

Oktober 2015, 28 p., met ills., € 10,-  incl. verzendkosten
bevat de volgende bijdragen:
- Jurjen Vis, Eddy du Perron en zijn zwagertje Bob, Robert de Roos en E. du Perron. P. 3-9.
- Joris van Parys, Le dernier des individualistes, Raymond Brulez en E. du Perron, p. 10-21
- Raymond Brulez, Edgar du Perron ou le dernier des Individualistes (bron : Cassandre, 16 februari 1935), p. 22-27

Jurjen Vis,  biograaf van Robert de Roos (1907-1976), schrijft overEddy du Perron en zijn 'zwagertje Bob'. Over  de moeizame verhouding tussen literator Du Perron en componist Robert de Roos.
In zijn eigen familie voelde zijn zwager Bob de Roos zich als ‘muzikantje’ ook een buitenstaander. De muzikale Bob ging naar het conservatorium en kwam al jong in contact met Dadaïsten in Parijs en de componist Darius Milhaud. Zijn geleerde zuster Bep studeerde daarentegen en schreef, maar had weinig of niets met klassieke muziek, net als haar man Eddy die vooral van krontjongmuziek hield. Toch werkten Bob en Eddy enige tijd samen aan een opera ‘Le coup de pistolet’, maar die kwam er uiteindelijk niet. En een artikel van Bob over muziek werd door Forum afgewezen. Zulke zaken moeten tot onderlinge irritatie hebben geleid, al bleven de zwagers on speaking terms. Door het verblijf van Eddy en Bep in Indië was het contact echter beperkt en door Eddy’s vroege dood bleef het van korte duur. Robert de Roos’ oeuvre is omvangrijk en van hoge kwaliteit, maar wordt niet vaak uitgevoerd. De in 2014 verschenen biografie ‘Wanhoop niet! Biografie van componist en diplomaat Robert de Roos (1907-1976)’  bevat twee cd’s met zijn kamermuziek en orkestwerken.

Smalle mensen’ noemt Joris van Parys, biograaf van Raymond Brulez (1895-1972), de schrijvers E. du Perron en Raymond Brulez. In 1935 schrijft de Vlaamse Brulez met waardering over Du Perrons ‘De smalle mens’ in het vooraanstaande Franstalige culturele weekblad ‘Cassandre’. Ze blijken geestverwanten: uitgesproken individualisten, die zich kritisch opstellen en zich afzetten tegen maatschappelijke en politieke dwang. Helaas hebben Brulez en Du Perron elkaar niet ontmoet en is het bij enkele brieven gebleven. Na Brulez’ bespreking van ‘Het land van herkomst’ in 1936 schrijft Du Perron hem dat de personages in het boek niet letterlijk met de levende modellen (met name Héverlé - Malraux) geïdentificeerd dienen te worden. Brulez wijdt daar een kleine rectificatie aan. Van Parys’ biografie van Raymond Brulez, die in september 2015 is verschenen, geeft meer inzicht in leven en werk van deze onafhankelijke literaat en criticus.

Tot slot is opgenomen het artikel van Raymond Brulez, ‘Edgar du Perron ou le dernier des Individualistes’, dit was op 16 februari 1935 gepubliceerd in Cassandre.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.42 bestellen via onze website.


naar bovenaugustus 2015

Cahiers voor een Lezer nr 41

augustus 2015, 39 p., met ills., € 10,-  incl. verzendkosten
bevat de volgende bijdragen:
- Kees Snoek (red.), In memoriam Alain Eric du Perron. p. 3-7.
- Dieter Vandenbroucke, Victor Brunclair en E. du Perron: individualisten op verschillende sporen. p. 8-22
- Kees Snoek (red.), Een uur  met Ronald Spoor; Over zijn kennismaking en omgang met het werk van E. du Perron. p. 23-39.

Op 9 mei 2015 overleed Alain Eric du Perron, zoon van E. du Perron op 80-jarige leeftijd. Kees Snoek schreef een In memoriam, met persoonlijke herinneringen aan Alain.

Dieter Vandenbroucke vertelt in zijn artikel over de Vlaamse schrijver Victor Brunclair (1899-1944) en gaat dan met name in op zijn relatie tot en in vergelijking met Du Perron. Du Perron en Brunclair (beiden in 1899 geboren) hebben voor zover bekend met elkaar geen contact gehad. Brunclair manifesteerde zich echter al vroeg in Antwerpse literaire kringen, waarin ook Du Perron vanaf 1929 verkeerde. Beiden hielden van felle polemiek en ontwikkelden zich tot kritische en onafhankelijke individuen. In de Eerste Wereldoorlog sloot Brunclair zich aan bij de Vlaamse Activisten die (met Duitse hulp) maatschappij en kunst wilden veranderen. Daarna raakte hij door zijn weerbarstig streven naar autonomie als kunstenaar in een zelfgekozen isolement. In zijn roman De monnik in het Westen rekende hij af met het Sovjetexperiment, ook keerde hij zich tegen het fascisme. Deze onvermoeibare activist en vrijdenker stierf in een Duits concentratiekamp. Zijn tijdens zijn leven al niet zo gewaardeerde literaire werk is vergeten. Slechts drie gedichten van Brunclair haalden Forum.

Kees Snoek bevroeg Ronald Spoor naar zijn kennismaking en omgang met het werk van E. du Perron. Spoor werd als middelbare scholier gegrepen door Het land van herkomst en werd zo als lezer een vriend van Du Perron. Een spreekbeurt in 1961 leidde tot contact met Greshoff, Elisabeth du Perron-de Roos, André Malraux en Fred Batten. De studie Nederlands sloot hij af met een scriptie, waarin hij de brieven van Du Perron aan Jan Engelman editeerde. Met Hans Gomperts en Louis Uding ontstond het plan nog ongepubliceerde brieven van Du Perron uit te geven. Van Oorschot was bereid tot uitgave van alle brieven. Via smakelijke anekdotes over het opsporen van Du Perron brieven komt het gesprek op De onzekeren. Die titel staat op een map met 70 vaak cryptische, ongedateerde aantekeningen en schema’s van Du Perron. Spoor is er met Herman Verhaar in geslaagd dit interessante materiaal te ordenen, kritisch te annoteren en van illustraties te voorzien.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.41 bestellen via onze website.


naar bovennovember 2014

Cahiers voor een Lezer nr 40

november 2014, 36 p., met ills., € 10,-  incl. verzendkosten
bevat de volgende bijdragen:
- Carel Peeters, De niet gezongen zwanenzang: Du Perron en het hedendaagse individualisme. p. 3-12.
- Kees Snoek (red.), Van hofmakerij tot huwelijk: de briefwisseling van Eddy du Perron en Bep de Roos. p. 13-35.

Carel Peeters, criticus en essayist, schetst Du Perron als een strijdbaar individualist: elitair maar met een sociaal geweten en bereid ‘voor zijn bibliotheek te sneuvelen’. Door de opkomende collectieve ideologieën verwachtte Du Perron in de jaren dertig het einde van het individualisme. De samenleving is sindsdien echter steeds individualistischer geworden. De antiautoritaire ideeën van de jaren ’60 gingen over in het neoliberale ik-tijdperk van de jaren ’80, waarin na emancipatie en gelijkwaardigheid de nadruk op autonomie en zelfverwerkelijking kwam te liggen. Tegenwoordig is er – opvallend genoeg – sprake van een ‘collectief individualisme’: binnen de kakofonie aan vrije geluiden is er sprake van kuddegedrag, dat wordt aangestuurd door economische prikkels, amusement en sociale media. Dat staat wel heel ver af van wat de zelfkritische Du Perron bezielde, voor wie er tijdens de dreigende jaren ’30 werkelijk wat op het spel stond.

In 1931 stond er voor Du Perron als individu bijzonder veel op het spel: de kennismaking met Bep de Roos, die zijn vrouw zou worden. Hun (ongepubliceerde) briefwisseling begint met een briefje aan ‘Geachte Mejuffrouw de Roos’ en loopt door tot 6 mei 1940. Kees Snoek heeft een selectie gemaakt uit die brieven en Eddy’s dagboeken tussen maart 1931 en 17 mei 1932, de dag waarop ze met elkaar trouwden. Eddy excelleert als een ‘epistolier enragé’ in zijn lange, geëxalteerde,bezwerende, plagerige, speelse en soms obsessieve teksten. Bep heeft heel wat minder woorden nodig. Zo ziet men hun liefdesrelatie vorm krijgen, terwijl Eddy de scheiding van Simone Sechez probeert te regelen en worstelt met zijn ‘retrospectieve jaloezie’ op Beps vroegere geliefde Johan de Meester.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.40 bestellen via onze website.


naar bovenjuli 2014

Cahiers voor een Lezer nr 39: Willinknummer

(juni 2014, 40 p., met ills., € 10,- incl. verzendkosten) bevat de volgende bijdragen:
- Kees Snoek & Sylvia Willink, Willink en Du Perron: twee toegewijde vrienden. p. 3-28
- A.C. Willink & E. du Perron, Aan de familie. p. 29-33.
- Karel ten Haaf, E. du Perron en ‘de sterke kus der ongewassen tanden’: een onderzoek. p. 34-39.

In een vraaggesprek van Kees Snoek met Sylvia Willink over de relatie tussen de schrijver E. du Perron (1899-1940) en de schilder Carel Willink (1900-1983) blijkt dat zij vanaf 1924 goede vrienden waren. Carel noemde Eddy ‘de minst storende aller stervelingen’. Beide waren gedreven en belezen, er was een gedeeld levensgevoel, al was er wel een groot verschil in temperament. Carel liet Eddy weten dat hij diens boekje ‘Een tussen vijf’ melig vond, maar hij illustreerde het wel. Toen Carel echter eens opmerkte dat hij ‘Het land van herkomst’ te tweedimensionaal vond, kon Eddy dat slecht hebben.
Beiden waren korte tijd geïnspireerd door het modernisme. Mede door een opmerking van Eddy ‘Schei uit met dat abstracte gedoe, schilder wat je ziet’ is Carel vanaf 1928 realistisch gaan schilderen.

Over vrouwen was Carel heel wat laconieker dan Eddy. De vrienden hebben over dit onderwerp eenmaal samen een prozastuk geschreven, ‘Aan de Familie’, dat onvoltooid is gebleven en over de adolescente Jakobus en Ferdinand gaat en de schone Adriana.

In E. du Perron en ‘de sterke kus der ongewassen tanden’ zoekt en vindt Karel ten Haaf de vindplaats van deze aanduiding van de morgenzoen.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.39 bestellen via onze website.

 


naar bovendecember 2013

Cahiers voor een Lezer nr 38

(december 2013, 36 p., met ills., € 10,-  incl. verzendkosten) bevat de volgende bijdragen:
• Koen Peeters, Nederland, het is ver gekomen. Dankwoord uitgesproken bij de uitreiking van de E. du Perronprijs 2012 te Tilburg op 28 maart 2013 voor zijn in Rwanda spelende roman Duizend heuvels.
• H.T.M. van Vliet, E. du Perron en Louis Couperus. Twee kosmopolitische schrijvers in de Nederlandse literatuur.
• Wim Willems, Tjalie Robinson, een naoorlogse Du Perron.

Dick van Vliet wijst op verschillen en parallellen tussen de schrijvers Couperus (1863-1923) en Du Perron (1899-1940). Opvallend is dat het werk van Couperus met ups and downs populair is gebleven, terwijl Du Perron nauwelijks meer gelezen wordt. Door hun Nederlandsch-Indische afkomst en jeugd hadden beiden geen ‘Hollands’ referentiekader, maar waren ze kosmopolitisch ingestelde wereldburgers met een koloniale achtergrond. Bij beiden was de keuze voor het schrijverschap een breuk met de familietraditie, net als hun onafhankelijke opstelling als schrijver. Zo uitten ze - elk op eigen wijze - kritiek op de koloniale samenleving: Couperus in zijn Indische roman De stille kracht en Du Perron in Het land van herkomst. Anders dan Du Perron hield Couperus zich echter afzijdig van kritiek en polemiek.

Juist die polemische kant van Du Perron inspireerde Tjalie Robinson (pseudoniem van J.J.T. Boon, 1911-1974), aldus diens biograaf Wim Willems. Als ‘Indische jongen’ verdedigde Robinson Du Perron (ook tegen zijn kritiekloze bewonderaars) en koos voor een eigen schrijverschap waarin stijl en karakter voorop stonden. Als antirationalist zette hij zich af tegen de Hollandse gezapigheid, de confrontatie zoekend na zijn repatriëring uit Indonesië in 1955. Zijn literaire credo was: verhalen vertellen, en wel die uit een macho-cultuur, waar met het wapen in de hand de strijd wordt gezocht met de vijand. Voor verhalenbundels als Tjies, geschreven onder het pseudoniem Vincent Mahieu, bestond waardering in literaire kring. Door zijn niet aflatende aanvalspatroon kapte hij echter contacten af en werd hij ten slotte vooral woordvoerder van de Indisch-Nederlandse groep rondom het door hem opgezette tijdschrift Tong Tong.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.38 bestellen via onze website.


naar bovenseptember 2013

Cahiers voor een Lezer nr 37

(september 2013, 36 p., met ills., € 10,- incl. verzendkosten) bevat bijdragen over:
• E. du Perrons oordeel over Louis Couperus
• Du Perron als toonbeeld van de multiculturele schrijver

In ‘Volkomen Hollands en toch op Europees peil’: E. du Perron over Louis Couperus betoogt Kim Andringa, literair vertaalster, dat Du Perron grote waardering had voor het werk van Louis Couperus. Opmerkelijk is zijn voorkeur voor diens Haagse romans boven de Indische en historische romans. Du Perron noemt Couperus’ proza intelligent en de Hollandse kleinburgerlijkheid overstijgend. Wat Du Perron aanspreekt bij Couperus is dat hij als schrijver zijn persoonlijkheid in zijn werk legt – voor de mensen van Forum een zwaarwegend criterium – en dat hij een niet bekrompen kosmopoliet is. Daarom acht hij Couperus van Europees peil.

In ‘Het toonbeeld van de multiculturele schrijver’ zet de schrijver en essayist Alfred Birney uiteen hoe hij in zijn bloemlezing ‘Oost-Indische inkt. 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren’ (1998) en de essaybundel ‘De dubieuzen’ (2012) schrijvers over Indië met een Eurocentrische of Indocentrische blik onderscheidt. Multatuli en Couperus horen als buitenstaanders in de eerste categorie, onbekende schrijvers als Jan ten Brink, die meer als insiders naar de Indische samenleving kijken, in de tweede. Door zijn kosmopolitisme valt E. du Perron buiten deze tweedeling: hij is namelijk zowel insider als buitenstaander.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.37 bestellen via onze website.



naar bovenjanuari 2013

Cahiers voor een Lezer nr 36

(december 2012, 32 p., met ills.) bevat bijdragen over:
• E. du Perron en de dichter Jacques Perk (1859-1881)
• Du Perron en de schrijver en tijdschriftenuitgever Paul-Gustave van Hecke (1887-1967)

Fabian R.W. Stolk, docent/onderzoeker moderne Nederlandse letterkunde Universiteit Utrecht, beschrijft in Perk en Perkens: paralipomena, particularia, pastiche, persoonlijkheid, poëzie, polemiek, privé-poëtica en prullaria hoe E. du Perron het werk van de negentiende-eeuwse dichter Jacques Perk (1859-81) waardeerde. Perk stortte zich tijdens zijn korte leven in de poëzie en toonde zich een rasindividualist die welluidende sonnetten schreef en daarin als dichter kosmische proporties aannam. Du Perron werd op zijn zeventiende in Indië getroffen door de oorspronkelijkheid, de taal en het individualisme van Perks gedichten. Later inspireerde Perk hem tot het schrijven van sonnetten. Du Perron kon overigens ook kritiek hebben op Perk en zag diens epigonisme, maar – anders dan Ter Braak en Greshoff, die Perk volstrekt niet konden waarderen – bleef hij zijn jeugdliefde trouw.

Manu van der Aa, bezig aan een biografie van Paul-Gustave van Hecke, schetst in ‘eigenlijk toch ook een groote lul’: over E. du Perrons omgang met P.-G. van Hecke de relatie Du Perron - Van Hecke. Paul-Gustave van Hecke (1887-1967) was acteur, auteur en oprichter van vele culturele bladen. Hij had een kunsthandel, ontwierp mode, had een gerenommeerde rubriek in de Gentse krant ‘Vooruit’, werkte voor uitgeverij Manteau, organiseerde het eerste filmfestival in Brussel en kunsttentoonstellingen in Knokke. Kortom, een man met een brede culturele oriëntatie. Deze levenslange promotor van avant-garde kunst was ook nauw betrokken bij het Belgische tijdschrift ‘Variétés’ (1928-30), een belangrijk cultureel blad waarin surrealisten en anderen publiceerden. Du Perron publiceerde in ‘Variétés’ slechts een recensie over een boek van Frans Hellens en een eigen gedicht uit 1925 in Franse vertaling. Van Hecke was welwillend tegenover Du Perron, die  Van Hecke een snob vond en hem vereenzelvigde met het zo verfoeide surrealisme.

  1. U kunt Cahiers voor een lezer nr.36 bestellen via onze website.


naar bovenoktober 2012

Cahiers voor een Lezer nr. 35: over jaloezie en vriendschap.

(september 2012, 36 p., met ills.) bevat twee bijdragen over H. Marsman en D. Binnendijk, die na aanvankelijke irritatie en jaloezie allebei hecht bevriend raakten met E. du Perron en Elisabeth de Roos.

Jaap Goedegebuure, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Universiteit Leiden, schetst in ‘Cherchez la femme: de vriendschap tussen H. Marsman, E. du Perron en Elisabeth de Roos’ hoe de leeftijdgenoten E. du Perron (1899-1940) en H. Marsman (1899-1940) elkaar en hun literaire uitingen eerst niet konden uitstaan. Marsman noemde Du Perron een hondse, moerassige geest en een giftige Indischman, Du Perron zag bij Marsman braakverwekkende pedanterie en beschimpte hem als mannetje van Mars. In de ‘vorm of vent’ polemiek kruisten ze de degens, maar bij een ontmoeting op 22 februari 1931 bij Ter Braak ontstond er vriendschap. Du Perron ging Marsman coachen bij het schrijven van de roman ‘Vera’, waarbij Marsman lankmoedig de stroom patroniserende aanwijzingen over zich heen liet gaan. Het ging ze allebei om de literatuur en ze bleken elkaar te liggen. Marsman had eerder een relatie gehad met Elisabeth (Bep) de Roos, die in 1932 met Du Perron trouwde. Die relatie verwerkte Marsman in de roman ‘De dood van Angèle Degroux’ (1933). Opvallend is dat Du Perron van harte meewerkte om ook die tekst te verbeteren, zonder de minste rancune of jaloezie. Hij, Bep en Marsman deelden inmiddels een warme vriendschap, met de literatuur als verbindend element. Het is aannemelijk dat het ‘Verzameld werk’ (1938) van Marsman zonder de intensieve inzet van Du Perron nooit zou zijn verschenen.

Du Perron-kenner Kees Snoek zet in ‘Du Perron en Binnendijk, schaduwlopen van twee heren’ uiteen dat de schrijver Dick Binnendijk (1902-1984), een vriend van Ter Braak en Marsman, jarenlang een ontmoeting met Du Perron uit de weg ging en vice versa. Kwam dit door de befaamde retrospectieve jaloezie van Du Perron jegens mannen met wie Bep de Roos, zijn echtgenote vanaf 1932, eerder bevriend was geweest? Aan de hand van brieffragmenten van beide heren over elkaar wordt aannemelijk dat ze elkaar al vanaf 1930 niet goed konden lijden. Ter Braak en Du Perron hadden luide kritiek op de door Binnendijk samengestelde poëziebloemlezing Prisma (1930) die met de nadruk op ‘schoonheid’ en ‘vorm’ niet aan de Forumcriteria voor ‘vent’ voldeed. Bovendien vond Du Perron Binnendijk in zijn eigen gedichten een epigoon van Marsman. Binnendijk was, net als sommige andere Nederlandse schrijvers, afkerig van Du Perron vanwege zijn felle polemische toon. In 1932 schreef Du Perron echter een brief aan Binnendijk om te voorkomen dat zijn huwelijk met Bep het verlies van haar vriendschap met Binnendijk zou betekenen. Dit leidde niet tot een ontmoeting. Later schreef Du Perron in Indië met waardering over Binnendijks bundel Onvoltooid verleden en in 1939 waren beiden op het afscheidsfeestje van Adriaan van der Veen. Zouden ze elkaar daar begroet hebben? Dat lijkt niet onmogelijk. De felle kritiek uit 1930 lag inmiddels ver achter ze en van de door sommigen vermoede jaloezie was nooit sprake geweest.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.35 bestellen via onze website.


naar bovenjanuari 2012

Cahiers voor een Lezer nr. 34: over Du Perron, poètes maudits en Rudy Kousbroek

(december 2011, 44 p., met ills.)
bevat - naast een In memoriam Rudy Kousbroek - bijdragen over E. du Perron en Franse negentiende-eeuwse poëzie.

Kim Andringa, literair vertaalster en van 2005 tot 2011 docente Nederlands aan de Sorbonne, maakt in haar bijdrage ‘E. du Perron en het “menselijk apport” in de Franse negentiende-eeuwse poëzie’ duidelijk dat Du Perron al vroeg hechtte aan de menselijke ‘inbreng’ in de poëzie. Naast ritme, vorm en muzikaliteit moesten voor hem de persoonlijkheid en authenticiteit van de dichter doorklinken in diens werk. De poètes maudits boeiden hem dan ook, met dichters als Baudelaire, Rimbaud en Jarry, die zich afzetten tegen ‘schoonheid’ en een burgerlijke ethiek. Hij voelde verwantschap met Gérard de Nerval, Tristan Corbière en Henry Levet, dichters die vrij jong stierven en een oeuvre nalieten dat gekenmerkt wordt door sterk individualisme. In Du Perrons gedichten vindt men een oneerbiedigheid en ironie, die op deze dichters geïnspireerd lijkt.

Kees Snoek, hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Sorbonne, zoomt in zijn bijdrage ‘Onder impuls van Heredia: Du Perron, poeta doctus’ in op Du Perrons cryptische gedicht ‘Op een divanbed’  in de  dichtbundel Parlando. Dat begint met een motto van de negentiende-eeuwse Franse dichter José de Heredia (1842-1905): bepaald geen poète maudit, maar een ‘Parnassien’, die gebeeldhouwde verzen schreef geïnspireerd op de Oudheid. In ‘Op een divanbed’ combineert Du Perron zulke gebeitelde poëzie met gewone spreektaal. Bij Heredia is Cleopatra de ‘femme fatale’ van Antonius, die hem verraadt. Bij Du Perron laat ‘mijn hartevreugd’ de ‘ik’ bij het erotisch divantreffen juist niet in de steek. Snoek laat zien hoe dit gedicht een complex intertekstueel literair spel is met een autobiografische inhoud. Al is niet elke passage helder, het lijkt te gaan om zijn ontmoetingen met Bep de Roos, nog voordat zij getrouwd waren en over wat er, nu hij die ‘Ene’ ontmoet had, door hem heen ging op en bij dat divanbed.

In Rudy Kousbroek, Eddy du Perron en het bepalen van een houding. In memoriam Rudy Kousbroek schetst  Kees Snoek hoezeer Indies memorandum (1946) van Du Perron doorklinkt in Kousbroeks Het Oostindisch kampsyndroom (1992). Naast hun Indische achtergrond deelden zij het vermogen tot distantie en zelfonderzoek. Beide kwamen tot een kritische beschouwing van het kolonialisme. Bij beide was het kiezen van een houding, als ‘honnête homme’, tegenover anderen en zichzelf een levensbehoefte.

U kunt Cahiers voor een lezer nr.34 bestellen via onze website.


naar bovenaugustus 2011

Cahiers voor een Lezer nr. 33

40 p., met ills. bevat naast een In memoriam Herman Verhaar bijdragen over E. du Perron als Indisch journalist en over Fred Batten.

Ronald Spoor gedenkt in zijn In memoriam Herman Verhaar (3 september 1944-28 mei 2010) de criticus en essayist Verhaar, die zich o.m. intensief met Du Perron, Kafka, Reve en Hermans heeft beziggehouden. Hij was eindredacteur van deel I van de Brieven van E. du Perron en vanaf de oprichting lid van het E. du Perron Genootschap.

termorIn Een reactionair onder reactionairen: E. du Perron als Indisch journalist beschrijft Gerard Termorshuizen hoe de jonge Du Perron van 1919 tot 1921 als jongste redacteur bij het Nieuws van de Dag voor Nederlandsch-Indië werkte, onder de aartsconservatieve, in Indië befaamde en beruchte hoofdredacteur Karel Wijbrands. Diens koloniale gedachtegoed was gemeengoed in de kringen van de Du Perrons. Door zijn verblijf in Europa vanaf 1921 kreeg E. du Perron echter andere gedachten over de koloniale verhoudingen en ontwikkelde hij zich van reactionair tot progressief.

Wilma Scheffers bespreekt in Fred Batten en het ‘Verzameld werk’ en de ‘Brieven’ van Du Perron. Uit het leven van Fred Batten de rol die de neerlandicus Fred Batten (1910-1980) heeft gespeeld bij de uitgaven van het Verzameld werk en de Brieven. Met zijn grote betrokkenheid, wetenschappelijke nauwgezetheid, kritische opstelling en onvermoeibare inzet heeft hij bijgedragen aan de kwaliteit van deze publicaties.

U kunt Cahiers voor een lezer nr. 33 bestellen via onze website.



naar bovenaugustus 2011

Cahiers voor een Lezer nr. 32
24 p., met ills., bevat naast een In memoriam Paul Voorhoeve (de eerste voorzitter van het EDPG) bijdragen over E. du Perron en Malraux en over drie nog onbekende opdrachten van Du Perron.

Kees Snoek herdenkt in In memoriam Paul Voorhoeve (18 juli 1927-13 juli 2010) de eerste voorzitter van het E. du Perron Genootschap, hoogleraar neurofysiologie Paul Voorhoeve. Na zijn emeritaat verdiepte hij zich in André Malraux en diens contact met Du Perron, waarover hij - ook in Franse tijdschriften - publiceerde.

In Uitdaging van het Westen, uitdaging van het Oosten: Du Perron en Malraux tussen Europa en Azië schetst Kees Snoek welke rol het denken over Oost en West speelde in de vriendschap tussen André Malraux en E. du Perron.

Wessel Krul bespreekt in In opdracht van E. du Perron drie nog onbekende opdrachten in boeken voor familieleden.

U kunt Cahiers voor een lezer nr. 32 bestellen via onze website.


naar bovenseptember 2009

Cahiers voor een Lezer nr. 31

32 p., met ills., bevat bijdragen over E. du Perron en Gerard Walschap en over de relatie tussen Soetan Sjahrir en E. du Perron.

Manu van der Aa schetst  in ‘Uw tegenstander om den Heer’. E. du Perron en Gerard Walschap hoezeer Walschap (1898-1989) als Vlaams katholiek schrijver een andere achtergrond had dan Du Perron (1899-1940). Du Perron waardeerde zijn roman ‘Adelaïde’ en was in recensies positief over de latere boeken, waarin Walschap zich als ‘vent’ steeds verder distantieerde van het katholicisme. Over het werk van Du Perron was Walschap in zijn recensies minder enthousiast. Een ontmoeting tussen de heren heeft nooit plaats gevonden. Zouden ze in een goed gesprek nader tot elkaar gekomen zijn?
 
Kees Snoek gaat in De relatie Sjahrir-Du Perron. Een speurtocht en een kennismaking niet alleen in op E. du Perron en Soetan Sjahrir, maar ook op de brieven die Sjahrir tussen 1931 en 1940 aan zijn vrouw Maria Duchâteau schreef en die in 2011 in boekvorm zullen verschijnen. Sjahrir (1909-1966) – de eerste premier van Indonesië (1945-47) – was in de jaren dertig politiek actief in Nederlandsch-Indië. In 1934 werd hij gearresteerd en tot 1942 gevangen gehouden. Daardoor heeft hij Du Perron niet ontmoet, maar ze schreven elkaar en Du Perron stuurde hem boeken toe en steunde in 1940 zijn vrouw in Nederland. Van correspondentie tussen Du Perron en Sjahrir was naar gedacht werd alleen de in Kritiek en Opbouw gepubliceerde brief Pour prendre congé (PPC) uit 1939 over, waarin Du Perron zijn besluit uit Indië te vertrekken uitvoerig beargumenteerde, maar onlangs is nog een klein briefje van Du Perron aan Sjahrir teruggevonden. In de 287 brieven van Sjahrir aan Maria Duchâteau staan talloze passages met kritiek én waardering van de politiek strijder op Du Perron, die meer een strijder met de pen was. Sjahrir wees aanvankelijk Du Perrons cynisme af, maar naarmate zijn gevangenschap langer duurde werd ook hij cynischer, al bleef hij idealistisch en strijdbaar. In een interview met Hans Gomperts in 1947 noemde hij het persoonlijke en vriendschappelijke contact dat Du Perron met Indonesische intellectuelen had gehad van grote waarde, Du Perron had het koloniale vooroordeel overwonnen.

U kunt Cahiers voor een lezer nr. 31 bestellen via onze website.


naar bovenapril 2009

Cahiers voor een Lezer nr. 30

28 p., met ills., bevat bijdragen over E. du Perron en Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift en over Du Perron, Den Haag en uitgever Boucher.

Koen Rymenants beschrijft in ‘E. du Perron en de ‘oorlogsgeneratie’ in Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift’
de ontvangst van Du Perron en zijn generatiegenoten in dit tijdschrift (1891-1941), dat een breed publiek met goede literatuur wilde laten kennismaken. De voorlichtende, middle brow opstelling stond haaks op de polemische attitude van een schrijver als Du Perron en een blad als Forum. Du Perrons geschriften werden dan ook vrijwel niet besproken in het Maandschrift. In 1934 werd Het land van herkomst echter wel belangrijk genoeg geacht, het werd betiteld als ‘een echte Hollandsche familieroman’. Geleidelijk kon men de mannen van Forum niet meer negeren in het literaire veld. In 1940 werd Du Perron zelfs door redacteur J. Tielrooy gevraagd in het Maandschrift artikelen te schrijven over Multatuli’s portretten. Eén artikel verscheen, waarna er in juli 1940 een ‘In memoriam Du Perron’ door Rudie van Lier werd opgenomen. Zo werd Du Perron vlak voor het verdwijnen van het Maandschrift in 1941 nog salonfähig voor het blad. Zijn aanwezigheid in de Nederlandse literatuur was toen niet meer weg te denken.

Kees Snoek schetst in E. du Perron, Den Haag en uitgever Boucher dat Du Perron aanvankelijk weinig op had met Den Haag, maar dat hij de stad na zijn kennismaking en huwelijk met de Voorburgse Bep de Roos ineens een ‘verrukkelijk oord’ noemde. Met meer gemengde gevoelens correspondeerde hij tussen 1932 en 1937 met de jonge Haagse boekhandelaar en uitgever L.J.C. Boucher (1908-1987). Die publiceerde enkele bundels van of samengesteld door Du Perron in de reeks Folemprise, waaronder de dagboeknotities ‘Blocnote klein formaat’ (1936). Een vervolg hierop werd echter niet bij Boucher uitgegeven.

U kunt Cahiers voor een lezer nr. 30 bestellen via onze website.


naar bovenapril 2009

Cahiers voor een Lezer nr. 29

32 p., met ills., bevat bijdragen over schrijvers die met Du Perron bevriend waren of zich met hem verwant voelden.

Jan van der Vegt schetst in E. du Perron tussen Roland Holst & Hendrik de Vries hoe verschillend de vriendschap tussen Du Perron en deze twee dichters was. Du Perron leerde de ruim tien jaar oudere Adriaan Roland Holst (1888-1976) in Brussel kennen. Ze raakten zeer bevriend, al hadden ze volkomen andere karakters. Roland Holst was met zijn ‘mondain gekwebbel’ een graag geziene gast op Gistoux. Anders dan Du Perron was hij geen liefhebber van felle discussies. Met zijn libertijnse en luchtige levenshouding trachtte hij de angst dat zijn Muze hem in de steek zou laten in bedwang te houden. Du Perron hield niet van Roland Holsts proza maar vond zijn gedichten echt, authentiek en van Europees niveau. Bij de dood van Du Perron in 1940 getuigde Roland Holst in een In memoriam van de sterke vriendschap tussen hen beiden.
De teruggetrokken levende Groningse dichter en Spanje-kenner Hendrik de Vries (1896-1989) was jonger dan Du Perron, die enthousiast dichtbundels van De Vries samenstelde. Du Perron waardeerde de droomgedichten als ‘Mijn broer’ zeer, maar waarschijnlijk heeft hij De Vries’ grote kwetsbaarheid niet geheel doorgrond. Vanaf 1933 zocht De Vries op weg van of naar Spanje Du Perron meermalen op in Parijs, maar na 1936 zagen ze elkaar niet meer. Bij de dood van Du Perron bleek De Vries teleurgesteld in hun vriendschap. Die was misschien ook wel onmogelijk tussen twee zo verschillende naturen.

Rob Molin geeft in Fred Batten, Adriaan Morriën en Huug Kaleis. Een discipel van E. du Perron en twee aanverwante geesten een beeld van de invloed van Du Perron (en Ter Braak) op deze ‘jongeren’. Adriaan Morriën (1912-2002) leerde Fred Batten (1910-1978) in 1939 in Den Haag kennen en via hem een heel literair circuit. Beiden hadden toen al gepubliceerd. Batten kende Ter Braak en Du Perron persoonlijk en stelde zijn leven in dienst van Du Perron. Zelfs zijn handschrift ging een sterke gelijkenis vertonen met dat van Du Perron. Batten attendeerde Morriën op de bij Du Perron zo centrale Franse literatuur en droeg hem de normen van Du Perron over. Morriën voelde zich vanuit zijn IJmuidense gereformeerde achtergrond eerder tot Ter Braak aangetrokken, maar zonder de invloed van Du Perron zou hij een andere ontwikkeling hebben gehad. Dat geldt ook voor Huug Kaleis (1928-89), die Morriën in de jaren ‘60 leerde kennen. Kaleis ging al snel gedreven polemieken in de trant van Forum schrijven in Het Parool, waarbij hij o.a. krachtig stelling nam tegen Merlyn en een blinde bewondering voor W.F. Hermans ontwikkelde, die hij als een ‘super-Forumiaan’ zag. Door zijn felheid raakte hij in isolement, inmiddels is hij totaal vergeten. Fascinerend is hoe deze schrijvers door het werk en de ideeën van Du Perron en Ter Braak gevormd zijn en hoe ze hun aan Forum ontleende maatstaven aan elkaar doorgaven.

U kunt Cahiers voor een lezer nr. 29 bestellen via onze website.



naar bovennovember 2008

Cahiers voor een Lezer nr. 28

32 p., met ills., bevat bijdragen over drie schrijvers met wie E. du Perron contact en soms vriendschap had.

Wim Hazeu schetst in Slauerhoff en Du Perron de ‘wanhopige vriendschap’ tussen de twee schrijvers, waarbij Du Perron belangrijker was voor Slauerhoff dan Slauerhoff voor Du Perron. Zij leerden elkaar kennen in 1928 en er ontstond een hechte vriendschap en samenwerking. Wat hun verbond was niet alleen het schrijverschap, maar ook hun kosmopolitische oriëntatie, de hang naar de tropen, een trots karakter en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. In 1935 kwam er echter een onherstelbare breuk. Hun levens hadden zich verschillend ontwikkeld, irritaties over en weer escaleerden, hun karakters bleken onverenigbaar.

Afgedrukt is het gedicht van J. Slauerhoff ‘Een wijze’, met de - niet in het Verzameld Werk III (1941) van Slauerhoff vermelde - opdracht: Aan.. Eddy.

Rob Groenewegen beschrijft in Vriend of vijand? Jo Otten en E. du Perron het beperkte contact tussen de - nu vrijwel vergeten - auteur Jo Otten (1901-1940) en E. du Perron (1899-1940). Du Perron moest weinig van Ottens werk hebben. Diens ‘filosofie van het ogenblik’ waarbij het pragmatisch vinden van vrijheid voorop stond, werd door Du Perron als ‘smeerlapperij’ afgedaan. Toch zijn er overeenkomsten tussen de twee schrijvers. Ze werden beiden geïnspireerd door het Franse surrealisme en worstelden met de keuze tussen revolte of berusting. Vanaf 1937 begonnen ze allebei over Multatuli te schrijven. Otten betoogde in zijn artikel Machiavelli en Multatuli (1939) dat machtsuitoefening bij Multatuli in dienst van de humaniteit gesteld werd. Daar was Du Perron het geheel mee eens. Dit had tot nader contact kunnen leiden, maar beiden overleden plotseling in de meidagen van 1940. Tot een vriendschap is het daardoor niet gekomen.

Willem Maas gaat in De correspondentie tussen Jacques Gans en E. du Perron in op de korte vriendschap tussen Jacques Gans en E. du Perron. In 1933 leert de dan communistische activist Gans (1907-1972) in Parijs de wat oudere Du Perron kennen, na het schrijven van een stuk tegen diens artikel in Forum ‘Flirt met de revolutie’. Al gauw raken ze bevriend. Gans is ervaren in de praktische politiek. Du Perron, die zich juist in communisme en fascisme verdiept, wordt zijn mentor als schrijver en helpt hem aan werk. In 43 brieven is de ontwikkeling van hun denken over de politiek te volgen. Als Du Perron in 1936 naar Indië vertrekt, is de vriendschap bekoeld. Later liet Gans – inmiddels medewerker van De Telegraaf geworden - zich overigens positief uit over Du Perron, die zich van 1933-36 over hem ontfermd had.

U kunt Cahiers voor een lezer nr. 28 bestellen via onze website.



naar bovenjuni 2008

Cahiers voor een Lezer nr. 27

mei 2008, 32 p., met ills., staan twee bijdragen.
In De houdbaarheid van een polemist. E. du Perron en de literaire kritiek na 1945 (p. 3-24) beschrijft Mathijs Sanders de functie van E. du Perron in de naoorlogse literatuurkritiek. In de jaren vijftig was diens status geconsolideerd, mede door Gomperts en Libertinage. In de jaren zestig werd Du Perron als woordvoerder van een op de schrijverspersoonlijkheid georiënteerde kritiek ingezet in het debat door toonaangevende critici als Oversteegen en Goedegebuure. Daarna verdween de gidsfunctie van Du Perron. Vanaf 2000 komt echter de normstellende en polemische aanpak van Du Perron  - vaak zonder zijn naam te noemen – weer in de belangstelling onder academisch geschoolde essayisten en recensenten.
In Du Perron over de aandelen Elsschot. Een vergelijkende appreciatie (p. 25-31) gaat Kees Snoek in op de waardering en kritiek van beide schrijvers voor elkaar en de eigenzinnige criteria die Du Perron hanteerde bij zijn appreciatie van schrijvers.

U kunt Cahiers voor een Lezer, nr. 27 bestellen via deze website.



naar bovendecember 2007

Cahiers voor een Lezer nr 26: ‘Russisch nummer'

32 p., met ills., is een Russisch nummer.
Cees Willemsen schrijft in E. du Perron en de Russen (p. 3-13) dat de invloed van de Russische literatuur op Du Perron weliswaar beperkt was, maar dat hij Poesjkin en Tsjechov voor Nederlandse begrippen vroeg waardeerde.

Kees Snoek geeft in E. du Perron, Lord Byron en Mikhail Lermontov (p. 15-31) aan dat Du Perron al vroeg waardering had voor Byron, van wie hij twee gedichten vertaalde, en voor Lermontov. Hem troffen vooral hun realisme en laconieke stijl evenals het universele thema van ontgoocheling en zelfverlies.

U kunt Cahiers voor een Lezer, nr. 26 bestellen via deze website.



naar bovendecember 2007

Cahiers voor een Lezer nr 25: ‘E. du Perron in Tilburg’, jubileumnummer

Cahiers voor een Lezer nr 25 is een extra dik jubileumnummer (60 p., met ills.), gewijd aan ‘E. du Perron in Tilburg’. Op 17 januari 2007 organiseerde de Universiteit van Tilburg een symposium over kinder- en jeugdliteratuur ‘Oordelen op maat? Een kwestie van vraag en aanbod’, met als speciaal onderdeel ‘De actualiteit van Du Perron’. Sprekers waren Kees Snoek, Piet Mooren en Kader Abdolah. Ook werd de E. du Perronprijs 2006 uitgereikt. Cahier 25 bevat de teksten van de voordrachten en een samenvatting van de door burgemeester Ruud Vreeman geleide discussie.
Kees Snoek schetst in E. du Perron, Indische jongen, Europees intellectueel (p. 3-17) hoe Du Perron na zijn Indische jeugd in 1920 in Europa terechtkwam en zich geleidelijk van politieke naïeveling ontwikkelde tot geëngageerd intellectueel. Gedreven door nostalgie en ‘om Europa vaarwel te zeggen’ vertrok hij in 1936 naar Indië, maar in 1939 keerde hij terug: als antikoloniale schrijver, wiens plaats niet in Indië was maar in Europa.
Piet Mooren analyseert in In naam van E. du Perron. Geschiedenis van een prijs (p.18-37) de E. du Perronprijs tussen 1986 en 2006. De herkomst van de laureaten is kosmopolitisch, de bekroonde werken richten zich op jeugdig én volwassen publiek, herinneringen aan landen van herkomst spelen een belangrijke rol. In Nederland heeft de roep om assimilatie sinds 2000 het ideaal van de ‘multiculturele samenleving’ overschaduwd, maar in 2006 verscheen Hugo Brems multiculturele literatuurgeschiedenis, waarin ook literatuur van migranten een plaats krijgt. De E. du Perronprijs heeft in dat proces een pioniersrol vervuld.
Kader Abdolah, laureaat van de Du Perronprijs 2000, werkt in Een gouden handdruk voor Du Perron (p. 38-42) zijn persoonlijke voorstelling van E. du Perron uit.
Annette de Bruijn, Karen Ghonem-Woets en Piet Mooren vatten de door burgemeester Ruud Vreeman geleide discussie samen in De schrijver als veerman, een gesprek over ‘De actualiteit van Du Perron’(p. 43-53).

De bundel besluit met de inhoudsopgave van de Cahiers 1 (najaar 1994) t/m 25 (najaar 2007).

Cahiers voor een lezer, nr. 25 is uitverkocht



naar bovendecember 2006

Cahiers voor een Lezer nr. 24: Vent of vorm, en Vestdijk

Cahiers voor een Lezer nr 24 (32 p., met ills.) bevat een bijdrage van Radboud van Steenhardt Carré over de literaire criteria van Du Perron en Ter Braak en een artikel van Vestdijk-biograaf Wim Hazeu over Simon Vestdijk en E. du Perron.

Radboud van Steenhardt Carré stelt in Du Perron en Ter Braak in hun strijd tegen de ‘literaire maskerade (p. 3-20) als centrale vraag: welke literatuur stonden Ter Braak en Du Perron voor en waren dat ook de uitgangspunten van Forum? Ter Braak en Du Perron stelden al vroeg ‘vent’ tegenover ‘vorm’ en oorspronkelijkheid tegenover epigonisme. Dit culmineerde in Du Perrons polemiek met Dirk Coster en de Prisma-discussie. Ook het beginselprogramma van Forum bevat een pleidooi tegen de ‘vergoding van de vorm’ en de levensbeschouwelijke zelfingenomenheid van auteurs en vóór de creatieve, echte schrijver, die de polemiek niet schuwt.

Wim Hazeu zet in Simon Vestdijk en E. du Perron (p. 21-31) uiteen dat Du Perron en Vestdijk vanaf 1932 bevriend waren, maar dat de vriendschap niet evenwichtig was. Du Perron was in het begin Vestdijks mentor in de literatuur. Voor Vestdijk, die weinig vrienden had, bleef hij als vriend heel belangrijk. De vriendschap van Du Perron voor Vestdijk was minder constant, wel hechtte hij aan Vestdijks literaire oordeel. Aanvankelijk kon Vestdijk in Forum en elders publiceren dankzij Du Perron, later kreeg Vestdijk functies waardoor hij werk van Du Perron kon plaatsen. Ook bij het adviseren en redigeren van elkaars werk deed zich deze ontwikkeling voor. Aan de hand van mooie citaten wordt het contact geschetst dat Vestdijk en Du Perron hadden: intensief, levendig, niet zonder kritiek of irritatie, wel zeer betrokken bij elkaars literaire activiteiten.

U kunt Cahiers voor een Lezer, nr. 24 bestellen via deze website.


naar bovenjuli 2006

Cahiers voor een Lezer nr 23
over E. du Perron (1899-1940), Maurice Roelants, Paul van Ostaijen en J.C. Bloem

Cahiers voor een Lezer nr 23 (28 p., ills.) bevat bijdragen over E. du Perron (1899-1940), Maurice Roelants, Paul van Ostaijen en J.C. Bloem:

  • Manu van der Aa, Een ‘beste kerel’, maar ook een arrivé. E. du Perron over Maurice Roelants, p. 3-16
  • E. du Perron, Bijdrage nummer zoveel [bij het overlijden van Paul van Ostaijen], p. 17-19
  • Paul E. Voorhoeve, Brieven! [aan Clairette Petrucci] p. 20-21
  • Bart Slijper, Een onmatige zwelling van woorden: Du Perron en Bloem strijden tegen humanitaristen en pathaesthethetici, p. 22-25
Kees Snoek, Aanvullingen op Het leven is wellicht een farce, p. 26-27

U kunt Cahiers voor een Lezer, nr. 23 bestellen via deze website.


naar bovenoktober 2005

Cahiers voor een Lezer nr 22, met de voordrachten bij de presentatie van de biografie van E. du Perron door Kees Snoek op 2 maart 2005

Cahiers voor een Lezer nr 22 (36 p., ills.) bevat de voordrachten bij de presentatie van de biografie E. du Perron, het leven van een smalle mens door Kees Snoek op 2 maart 2005 in De Balie te Amsterdam. Naast de woorden die Kees Snoek sprak bij de overhandiging van het eerste exemplaar aan Alain du Perron, zoon van E. du Perron, zijn de volgende teksten opgenomen:
Kees Snoek, De biografie van E. du Perron
Manu van der Aa, Du Perron en het jaar van De Driehoek, 1925
Max Nord, Tijdgenoot van Du Perron
Cees Fasseur, Du Perron en Multatuli
Elsbeth Etty, Twijfel als uiting van moed. Het land van herkomst herlezen.
Verschillende aspecten van Du Perron worden belicht: zijn contact met vrouwen, zijn aanwezigheid in Vlaamse literaire kringen, zijn betekenis voor de generatie direct na hem en zijn fascinatie voor Multatuli. De discussies over fascisme en communisme in Du Perrons bekendste roman Het land van herkomst blijken zeer actueel, al zijn de onderwerpen inmiddels anders. Dat Du Perron de moed had zijn twijfel uit te spreken bij de moeilijke keuzes van die periode, kan ons ook nu nog inspireren.

U kunt Cahiers voor een Lezer, nr. 22 bestellen via deze website.


naar bovenseptember 2004

Persbericht Cahiers voor een Lezer, nr 21

In maart 2005 verscheen: Cahiers voor een Lezer nr 21, over het literaire debat tussen E. du Perron en Paul van Ostaijen.
Cahiers voor een Lezer nr 21 (30 p.) is geheel gewijd aan ‘Le Bateau Ivre’: het literaire debat tussen Du Perron en Van Ostaijen. In zijn feestrede ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het E. du Perron genootschap, op 15 mei 2004 gevierd in het Letterkundig Museum te Den Haag, sprak de bekende Vlaamse essayist, literatuurhistoricus en memorialist Henri-Floris Jespers over de - aanvankelijk grote - waardering van Du Perron en Van Ostaijen voor elkaars werk. Deze verkilde enigszins, toen Du Perron in een literaire enquête voor het tijdschrift ‘Avontuur’ Van Ostaijen als dichter en criticus passeerde en in de daarop volgende contacten aan Van Ostaijen meldde dat diens dichtwerk hem niets deed. Van Ostaijen ging mee met Dada en Cocteau, die van grote invloed waren op het in België opbloeiende surrealisme, Du Perron haakte af. Kort voor hun verwijdering droeg Van Ostaijen het gedicht ‘Alpejagerslied’ op aan Du Perron. In de twee heren die daarin voorkomen - een klimmende en een dalende, ieder met zijn hoge hoed - zou men Van Ostaijen en Du Perron kunnen zien, met hun divergerende opinie in poeticis.

U kunt Cahiers voor een lezer, nr. 21 bestellen via deze website.


september 2004

Cahiers voor een Lezer, nr 20 : over Cocteau en Du Perron en over Du Perrons Parijse brieven

In ‘Cocteau en Du Perron’ analyseert Theo Festen de bijzondere plaats die het werk van Jean Cocteau (1889-1963) in het werk van E. du Perron inneemt. Cocteau’s gedichten staan symbool voor de vrijblijvende fantasie van het modernisme, iets waar Du Perron zich steeds meer van afkeert. Maar waarom kan Du Perron daarbij Cocteau maar niet met rust laten?
Du Perron-specialist Kees Snoek publiceert een ‘Lijst van brieven in Het Vaderland ‘van onzen correspondent’ in Parijs december 1932 - oktober 1936’. (Dit is een bijlage bij zijn artikel ‘Zooveel mogelijk moet alles tot een parijsch evenement(je) opgeblazen worden! De Parijse brieven van Elisabeth de Roos’, in: ZL 3(2004) 2 (jan.), p. 38-58.)
Als voorbeelden van deze Parijse brieven zijn opgenomen:
E. du Perron, Op bezoek bij John Buckland Wright. (Het Vaderland, 20 januari 1933)
E. du Perron en Elisabeth de Roos, De Parijsche litteraire prijzen. André Malraux krijgt den Prix Goncourt. (Het Vaderland, 11 december 1933)
E. du Perron, Een bedreigd Cultuurcentrum. De boekhandel met Shakespeare als uithangbord. Een interview met Sylvia Beach. (Het Vaderland, 29 juni 1936)

U kunt Cahiers voor een lezer, nr. 20 bestellen via deze website.


Cahiers voor een Lezer nr 18 : Brussel

Cahiers voor een Lezer nr 18 (36 p.) is gewijd aan Brusselse aspecten van leven en werk van de schrijver E. du Perron (1899-1940).
Kees Snoek publiceert de onlangs door hem gevonden laatste brief van Clairette Wolfers-Petrucci (1899-1994) aan Du Perron. Deze Brusselse jongedame was Du Perrons eerste Muze in Europa, maar zij trouwde met een ander, wat voor de jonge schrijver een bepalende ervaring was. Haar brief uit 1927 is nooit verstuurd.
Francis Bulhof gaat in ‘Bij enkele gedichten van Du Perron’ en ‘Frans-Tireur’ in op het belang van een kritische editie van Du Perrons gedichten. Du Perron veranderde ze voortdurend, ze hadden voor hemzelf een voorlopig en vluchtig karakter. Dit blijkt bij voorbeeld uit twee gedichten in de bundel ‘De behouden prullemand’(1925), die hij in mei en juli 1922 schreef en die zijn moeizame relatie met de Brusselse Clairette Petrucci tot onderwerp hebben.
Reinder Storm, ‘Greshoff en Du Perron in Brussel’ gaat over de vriendschap tussen de in Brussel wonende dichter en criticus Jan Greshoff (1888-1971) en Du Perron en de spanning die de kritiek van Greshoff op Du Perrons Multatuli-boek ‘De man van Lebak’ tussen hen gaf.
Manu van der Aa schetst in ‘Paul Méral’ het portret van het gevallen genie annex mythomaan Méral (pseudoniem van H.M.C. de Guchtenaere, 1895-1946), waarmee Du Perron kortstondig bevriend was.

U kunt Cahiers voor een lezer, nr.18 bestellen via onze website.


Cahiers voor een Lezer nr 17:
De Franse receptie van ‘Het Land van Herkomst’


Cahiers voor een Lezer nr 17 (36 p.) is gewijd aan de receptie van Het Land van Herkomst in het Franse taalgebied. Het bevat de inleiding van Malraux uit 1953 en een aantal recensies (alle in Nederlandse vertaling), een interview met vertaler Philippe Noble en een bespreking van Oliver Todd’s biografie van André Malraux.
De roman Het Land van Herkomst (1935) is het bekendste werk van de schrijver, essayist en polemist E. du Perron (1899-1940). Hij schreef het toen hij in Parijs woonde en bevriend was met de schrijver André Malraux. In het boek wordt de Indische jeugd van Du Perron afgewisseld met beschrijvingen van zijn leven en vriendschappen in het Europa van de jaren dertig. Als romanpersonages figureren vrienden als André Malraux en Menno ter Braak (met wie hij het literaire tijdschrift Forum heeft opgericht).
André Malraux schreef in 1953 een inleiding tot Het Land van Herkomst bij twee door A.L. Fernhout in het Frans vertaalde hoofdstukken. Pas in 1980 verscheen een volledige vertaling in het Frans van Philippe Noble: Le pays d’origine. Franse recensenten vonden het boek toen interessant vanwege het tijdsbeeld en de speurtocht van Du Perron naar zijn identiteit in de onzekere jaren dertig.

Cahiers voor een lezer, nr.17 is uitverkocht


Homepage: edpg.nl   E-mail: info@edpg.nl
© 2002-2017   E. du Perron Genootschap.  Laatste wijziging 22-03-2017.

ontwerp Withartman