|
Beschouwingen
Kees
Snoek, E. Du Perrongenootschap (Clubpagina)
[In: Inkt! de
glossy voor liefhebbers van lezen, september 2009, nr. 3,
p. 47]
De schrijver E. (Eddy) du Perron werd op 2 november 1899 geboren in
een oud-Indisch herenhuis in Meester Cornelis, een voorstadje van Batavia.
Hij stierf op 14 mei 1940 in het Noord-Hollandse plaatsje Bergen aan
een hartaanval. Zijn leven speelde zich af in wat hij zelf ironisch noemde ‘een
grootse tijd’, dat wil zeggen een overgangstijd waarin extreme
ideologieën met elkaar botsten en een grote oorlog – de ‘wereldbrand’ – niet
te vermijden viel. Du Perron was geboren in de bevoorrechte klasse van
het koloniale patriciaat, maar vanaf de jaren tien werden de koloniale
machthebbers geconfronteerd met een groeiend onafhankelijkheidsbesef
van Indonesische nationalisten. Du Perron maakte het begin daarvan mee,
maar in 1921 emigreerde hij met zijn ouders naar Europa, waar hij een
heel ander leven tegemoet ging. Zijn ouders betrokken een huurwoning
in Brussel en later, in 1926, een kasteeltje in het Waals-Brabantse plaatsje
Chaumont-Gistoux.
In
Europa kwam Du Perrons schrijverschap tot volle bloei. In de jaren twintig
schreef hij voornamelijk gedichten en korte verhalen in groteske trant.
Du Perrons verzen worden gekenmerkt door cynisme, een nonchalante toon
en een sterk persoonlijk taalgebruik die doen denken aan het ongepolijste
werk van Tristan Corbière. Du Perron deed aanvankelijk vooral
van zich spreken als literair criticus, die voortdurend onopgesmukt zichzelf
durfde te zijn en lak had aan reputaties en de publieke opinie. Met Menno
ter Braak leidde hij het invloedrijke literaire tijdschrift Forum. Hij
was een hartstochtelijk lezer voor wie het lezen van literatuur een ontmoeting
inhield met een persoonlijkheid. Als non-conformist was hij allergisch
voor humbug en mooie vormen, die hij in zijn kritieken te kijk zette.
Zijn antiburgerlijke houding vormde de basis voor zijn ontwikkeling als
intellectueel die de ideologieën van zijn tijd trachtte te verstaan
zonder zijn kritische afstand af te leggen. Hij werd hierin gestimuleerd
door zijn omgang met geëngageerde vrienden zoals André Malraux.
Deze ontwikkeling heeft ook geresulteerd in zijn afkeer van de koloniale
geest, die prachtig tot uitdrukking komt in zijn Indies memorandum, geschreven
in de jaren 1936-1939 toen hij terug was in zijn geboorteland. Maar Du
Perron blijft vooral van belang als auteur van de autobiografische roman
Het land van herkomst (1935), een roman met verschillende verhaalniveaus
die de critici tot op de dag van vandaag bezighoudt. De roman is gebouwd
op de dualiteit Indië-Europa, waarin de omstandigheden en de vrije
persoonlijkheid als kracht en tegenkracht figureren. Het is een rijkgeschakeerde
roman die kleur krijgt door talloze motieven: heroïsme en wreedheid,
mystiek, afkeer van de politiek, loyaliteit en oprechtheid, vriendschap
en huwelijkstrouw, jaloezie, het scheppen van een eigen personage en
het spelen van een rol, cynische verachting voor de burger en de romantische ‘jacht
op de Ene’.
Hiermee is
nog lang niet alles gezegd over Du Perron, deze kosmopolitische schrijver die
in een bezeten speurtocht naar de essentie van het leven, en vooral van zijn
eigen persoon, de beperkingen van zijn tijd wilde overstijgen.
Kees Snoek, Kritische beschouwing
[De Kritische beschouwing over
het werk van E. du Perron is opgenomen in het Kritisch
Literatuur Lexicon; een uitgave van Wolters
Noordhoff, Groningen.]
... Zijn veelzijdige oeuvre ten spijt is E.
du Perron vooral bekend gebleven door zijn autobiografische roman
Het land van herkomst (1935), waarvan in 1996 de veertiende druk
verscheen: een geannoteerde uitgave met voor het eerst alle toelichtingen
van de auteur die hij in een met wit doorschoten exemplaar had
genoteerd voor zijn vriend Jan Greshoff. Deze kritische leeseditie
van zijn hoofdwerk, alsmede de uitgave van zijn Briefwisseling
met Menno ter Braak (1962-1968) en van zijn Brieven (negen delen
tussen 1977 en 1990) hebben de belangstelling voor zijn persoon
levend gehouden. E. du Perron is evenals zijn literaire geestverwant
Menno ter Braak onderwerp van academische studie gebleven, terwijl
nieuwe gegevens over zijn avontuurlijke levensloop af en toe
de aandacht van de media trekken. Dat neemt niet weg, dat zijn
roman Een voorbereiding (1927), zijn verhalen en novellen, zijn
essays, kritieken en notities nauwelijks meer gelezen worden.
Van zijn gedichten zijn er enkele klassiek geworden, de rest
is vergeten. In zijn Verzameld werk is slechts een selectie uit
zijn poëzie opgenomen. ...
Klik de hier voor de hele tekst [PDF]
Frans Bulhof, Frans-Tireur
[In: Cahiers voor een lezer 18 (september 2003),
p. 34-35]
... Wie de gedichten-verwijzing ('link')
op de edpg-website aanklikt en dan de 'Francs-Tireurs' kiest, krijgt
een versie te zien die, zoals onder de tekst wordt medegedeeld, door
Thomas Vaessens is 'bezorgd'. Dit laatste woord moet niet in zijn
filologische maar in zijn postale betekenis worden opgevat. Bovendien
veroorzaakt het enige bezorgdheid. Want in werkelijkheid gaat het
om de tussenfase van een sonnet dat voor deze gelegenheid uit Parlando
van 1930 is overgeschreven en waarvan de geschiedenis ingewikkelder
is dan wordt voorgesteld. Die geschiedenis is wel te reconstrueren.
Het begon in De Gids van december 1928, op blz. 329. ...
Klik
hier voor de hele tekst [PDF]
Kees Snoek, Manhafte heren en rijke erfdochters.
Het voorgeslacht van E. du Perron op Java
Samenvatting van: Kees Snoek, Manhafte heren en rijke erfdochters.
Het voorgeslacht van E. du Perron op Java. Leiden: KITLV Pers
2003 (104 pp.).
[Gepubliceerd in: Cahiers voor een lezer, nr. 19, november 2003, p.
9-22]
... In Het land van herkomst van E.
du Perron wordt in hoofdstuk 3, ‘Familie-album’, de speurtocht
beschreven die Ducroo sr., geassisteerd door zijn zoon Arthur, onderneemt
naar feodale voorouders in Frankrijk. De naam Ducroo in de roman
staat voor Du Perron; Arthur Ducroo is het fictioneel alter ego van
Charles Edgar (Eddy) du Perron (1899-1940), de auteur van Het
land van herkomst en
zoon van Charles Emile du Perron (1861-1926). Arthur Ducroo zegt
dat zijn vader er veel meer ‘echt frans’ uitzag dan hijzelf.
Hij vervolgt: ‘toch zou ik mij misschien kompleet een “indiese
jongen” voelen, in het diepst van mijzelf koloniaal, als zijn
atavisme niet zoiets als een franse hobereau in mij gestoken had.’ Deze ‘franse
hobereau’ ofwel Franse landjonker is een beetje verwarrend. ...
Klik de hier voor de hele tekst [PDF]
Kees
Snoek, De romantische bronnen van ‘De
Onzekeren’ het conflict tussen
persoonlijkheid en omstandigheden
[gepubliceerd
in: Cahiers voor een lezer, nr. 14, juli 2001,
p. 24-35]
... A.F. van Oudvorst (1991, p. 273) geeft
een boeiende interpretatie van Du Perrons autobiografische roman Het
land van herkomst (1935),
die culmineert in een definiëring van het kernthema van de roman
als ‘het conflict tussen persoonlijkheid en omstandigheden’.
Van Oudvorst onderscheidt twee contrasterende leidmotieven: ‘trouw
aan zichzelf’ versus ‘dupe zijn’. Een van de vragen
die hij in dit verband stelt is die naar de diepere achtergrond van
het conflict tussen deze twee leidmotieven: hangt dit samen met Du
Perrons verzet tegen de marxistische ideologie zoals dat naar voren
komt in De smalle mens (1934) òf vloeit het voort uit
een door de eigen situatie verworven inzicht inzake de rol die externe
invloeden spelen in het leven. ...
Klik de hier voor de hele tekst [PDF]
Manu van der Aa, Du Perron en
het jaar van De Driehoek,
1925
[Lezing bij de presentatie van de Du Perronbiografie van Kees Snoek op
2 maart 2005 in De Balie, Amsterdam. In: Cahiers voor een Lezer 22
(september 2005), p. 14-22]
... Het zou op zijn minst een beetje raar zijn om bij de voorstelling
van de biografie van Eddy du Perron niets te zeggen over zijn relatie
met België. Du Perron heeft immers meer dan de helft van zijn schrijversleven
in België gewoond. Hij schreef er zijn eerste boeken (ik noem slechts Een
voorbereiding & Bij gebrek aan ernst), stond er mee
aan de wieg van enkele spraakmakende tijdschriften (Avontuur, Forum)
en hij sloot er vriendschappen voor het leven, zoals met Jan van Nijlen & Jan
Greshoff. ...
Klik de hier voor de hele tekst [PDF]
Manu van der Aa, Een ‘beste kerel’,
maar ook een arrivé.
E. du Perron over Maurice Roelants
[Lezing voor het EDPG, 20 november
2004 in het Letterkundig Museum, Den Haag. In: Cahiers voor een
Lezer 23 (mei 2006), p. 3-16. Ook in: Martine de Clerq & Stefan
van den Bossche (red.), Ik begrijp deze variaties in een gemoed: bijdragen
colloquium Maurice Roelants (1895-1966). Antwerpen, Garant, 2004, p.
31-43]
... ‘Ik heb eindelijk een in ’t Nederlandsch geschreven
roman in handen die aangenaam leest (voor ons), het is de eerste roman
van den dichter van ’t Fonteintje: Maurice Roelants.’ Dat
schreef Eddy du Perron op 6 september 1927 aan zijn vriend, de schilder
Carel Willink. Uiteraard doelde Du Perron op Roelants’ eerder dat
jaar verschenen roman Komen en gaan. Vermoedelijk bestond er op dat ogenblik
nog geen persoonlijk contact tussen beide schrijvers, al kende Du Perron
Roelants’ poëzie natuurlijk wel. De Nederlandse polemist koesterde
namelijk een grote bewondering voor de dichters van ’t Fonteintje,
zoals een paar maanden later pijnlijk duidelijk zou worden naar aanleiding
van een enquête die zou uitgaan van het tijdschrift Avontuur: ...
Klik de hier voor de hele tekst [PDF]
|
  |