Nieuws archief van het E. du Perron Genootschap

 


naar bovenCahiers voor een Lezer, nr 28 (E. du Perron, J. Slauerhoff, Jo Otten en J. Gans)

  • Wim Hazeu, Slauerhoff en Du Perron, p. 3-12
  • J. Slauerhoff,  ‘Een wijze’ (Aan Eddy), p. 13
  • Rob Groenewegen, Vriend of vijand? Jo Otten en E. du Perron, p. 14-21
  • Willem Maas, De correspondentie tussen Jacques Gans en E. du Perron, p. 22-31
    >> Lees ook het persbericht



Verslag najaarsbijeenkomst op 15 november 2008 in Utrecht

Sinterklaas houdt zijn intocht in Nederland op deze herfstige zaterdag, maar zeventien zeer geïnteresseerde Du Perron liefhebbers laten zich hierdoor niet weerhouden te genieten van twee voordrachten over met Du Perron verwante schrijvers in de gastvrije bibliotheek van advocatenkantoor Bosselaars & Strengers in Utrecht.
Eerst vindt de door de bijeenkomst in Gistoux naar het najaar verschoven Jaarvergadering 2008 plaats.




De zwanen van Gistoux
S. Vestdijk, Pascal Pia, E. du Perron, De zwanen van Gistoux, drie gedichten rond een landgoed, vertaald en toegelicht door Kees Snoek / Les cygnes de Gistoux, trois poèmes autour d’un domaine, traduits et présentés par Kees Snoek. Utrecht: E. du Perron Genootschap, 2008. 20 p. Met ill.
Bibliofiele uitgave in het Nederlands en Frans verschenen ter gelegenheid van de aan Du Perron gewijde studiedag, die op 17 mei 2008 is gehouden op het kasteel van Gistoux onder auspiciën van de Association des Néerlandistes de la Belgique francophone et de la France (ANBF) en het E. du Perron Genootschap. >> Lees verder



Cahiers voor een Lezer, nr 27
Mathijs Sanders, De houdbaarheid van een polemist. E. du Perron en de literaire kritiek, p. 3-24
Kees Snoek, Du Perron over de aandelen Elsschot. Een vergelijkende appreciatie, p. 25-31
>> Lees het persbericht

 


Allée Eddy du Perron in Gistoux
Op 17 mei jl. onthulde de burgemeester van Chaumont-Gistoux het straatnaambordje van de Allee Eddy du Perron. Daarmee kreeg E. du Perron een eigen laan vlakbij het sfeervolle Château de Gistoux, het zomerverblijf van de Du Perrons tussen 1926 en 1934.

onthullingonthullingFoto’s: Ad Rigters



Verslag voorjaarsbijeenkomst op 17 mei 2008 in Gistoux
gistouxEen grijze dag, een park met groene bomen. Het Château de Gistoux weerspiegelt zich in de grote vijver, bruine ganzen glijden over het water waaruit een bemost standbeeld oprijst. Dit was het zomerverblijf van de Du Perrons tussen 1926 en 1934. Wat zich toen afspeelde beschreef E. du Perron in hoofdstuk 28 van Het land van herkomst, ‘Het gekkenhuis’.

Voormalig notaris Maurice Jamar en zijn vrouw Monique bewonen het kasteel al vijfenvijftig jaar en stellen deze dag hun huis open voor een colloquium over ‘De  Belgische jaren van E. du Perron’. Prof. Felice Dassetto uit Chaumont-Gistoux kwam op het idee iets te doen rondom de schrijver Du Perron, de  Association des Néerlandistes de la Belgique Francophone et de la France (ANBF, zie www.anbf.be) organiseerde de bijeenkomst met medewerking van het E. du Perron Genootschap. Zo’n veertig geïnteresseerden genieten van de zeer gastvrije ontvangst. Daaronder zijn diverse leden van ons genootschap en, in de ochtend, ook de dochter van Clairette Petrucci, Du Perrons eerste Muze in Europa. voorjaarsIn de intieme sfeer van de voormalige notariskamer houden de sprekers hun voordracht in het Frans of Nederlands. Kees Snoek vertelt met smaak over de stoet van genodigden die de Du Perrons in Gistoux ontvingen: niet alleen de literaire vrienden van Eddy, maar bijv. ook de curieuze gezelschapsdames van moeder Du Perron, die meestal in ongenade vielen en door nieuwe figuren werden opgevolgd. Manu van der Aa schetst het (niet-erotische) contact tussen de prille literator Eddy du Perron en de reeds succesvolle dichteres Alice Nahon: hij waardeerde haar om haar onconventionele openheid maar nam haar ook treiterig in de maling. Jan Greshoff – aldus Reinder Storm – bracht Du Perron in Brussel in contact met de Nederlandse literaire wereld, maar hij logeerde ook in Gistoux en schreef daar gedichten over de landelijke geneugten. Philippe Noble behandelt het Château de Gistoux en zijn bewoners als sinister literair motief in Het land van herkomst. De aanduiding ‘Grouhy’ voor het kasteel suggereert al iets van mislukking en twijfel, in de roman is het huis zelfs verantwoordelijk voor de zelfmoord van Du Perrons vader, terwijl de uiteindelijke verkoop ellende met notarissen opleverde. Michiel van Kempen analyseert de overeenkomsten en verschillen tussen Du Perron en Albert Helman. Hun koloniale herkomst bond en scheidde hen, naast enige waardering voor elkaars werk uitten beiden ook stevig kritiek op elkaar. Dat lag anders tussen Du Perron en Arthur van Schendel. Sonja Vanderlinden vertelt dat Du Perron een grote bewondering koesterde voor de vijfentwintig jaar oudere schrijver, die een soort vaderfiguur voor hem was en van wiens romans en schrijfstijl hij onder de indruk was. Van Schendel en Du Perron ontmoetten elkaar overigens in Brussel en Parijs maar nooit in Gistoux.
Halverwege deze wetenschappelijke voordrachten klinkt er ineens accordeonmuziek. Het hele gezelschap volgt de burgermeester en schepenen van Chaumont-Gistoux in een literaire optocht langs de vijver. Terwijl de vogels fluiten en een zacht buitje neerdaalt, wordt af en toe een tekst van Du Perron voorgedragen. Zo bereiken we een in de Belgische vlag verpakt straatnaambord dat de burgemeester onthult. Daarmee is de voormalige ‘Voie du Tram’ feestelijk omgedoopt tot ‘Allée Eddy du Perron’. Met een apéritif d’honneur beklinken we dit heuglijke feit, waarna de congresgangers aan tafel gaan en genieten van de door het team van Mme Tricot opgediende spijzen.

gistouxKees Snoek dankt de heer en mevrouw Jamar voor hun grote gastvrijheid en prof. Felice Dassetto voor zijn initiatief voor deze bijzondere dag. Zij ontvangen champagne en het eerste exemplaar van het speciaal voor deze gelegenheid vervaardigde bibliofiele boekje De zwanen van Gistoux. Ook alle aanwezigen krijgen dit, terwijl de sprekers verrast worden met de stripverhalen van de jeugdige Eddy du Perron, François Charpèt. Aan de leden van het E. du Perron Genootschap wordt Cahiers voor een lezer 27 uitgereikt. Op de avond voorafgaand aan dit colloquium gaf Kees Snoek al een drukbezochte lezing voor de lokale Cercle Historique de Chaumont-Gistoux. Ook daar werd een nieuw boek gepresenteerd: Eddy du Perron. Un écrivain néerlandais à Gistoux dans l'entre-deux-guerres, een bundel met acht bijdragen, verzorgd doorFelice Dassetto et Geneviève Hernant. De op het colloquium van 17 mei uitgesproken teksten gaan verschijnen in n/f, het blad van de ANBF.
Het sfeervolle Château de Gistoux heeft opnieuw allerlei mensen bij elkaar gebracht. Ditmaal was het geen ‘gekkenhuis’ met een kwade rol voor notarissen, maar een prachtige plek waar E. du Perron feestelijk is geëerd met een colloquium, verschillende boeken en een straatnaam.
CvS

Foto's: Ad Rigters
Foto 1: Château de Gistoux
Foto 2: Colloquium: Kees Snoek en anderen luisteren naar de voordracht van Sonja Vanderlinden
Foto 3: Zojuist onthuld!

 



Voorjaarsbijeenkomst op 17 mei 2008 in Gistoux

Op zaterdag 17 mei vindt de voorjaarsbijeenkomst van het EDPG plaats in Chaumont-Gistoux, België. Op 13 mei 1995 maakten wij al eens een excursie naar het Château de Gistoux, waar de Du Perrons van 1926 tot 1934 gewoond hebben (zie het verslag in Cahiers voor een lezer 3, p. 22-24).
Ditmaal houdt de Association des Néerlandistes de la Belgique  Francophone et de la France (ANBF) een conferentie in het Château. Diverse sprekers zullen zich (in het Frans en Nederlands) buigen over Du Perron en de vele literaire vrienden die hem te Gistoux opzochten. De huidige kasteelbewoners, de heer en mevrouw Jamar, zijn bereid het gezelschap ten kastele te ontvangen. Deelname uitsluitend na aanmelding. Lees verder >>>


17e E. du Perronprijs 2006

Op 17 januari 2007 is in de aula van de Universiteit van Tilburg de 17e E. du Perronprijs 2006 uitgereikt aan de broers Karim en Hakim Traïdia.
Zie www.uvt.nl/nieuws/persberichten.

charpet snoekTer gelegenheid hiervan verscheen bij Uitgeverij De Buitenkant te Amsterdam een bijzondere uitgave, die in nauwe samenwerking met het E. du Perron Genootschap tot stand kwam. Zie uitgeverijdebuitenkant.nl.

E. du Perron
François Charpèt en andere beeldverhalen
Uitgeverij De Buitenkant, Amsterdam 
Uitgelezen Boeken, Jrg.11 nr.2
€ 13,50 / 2007 / 17,3 x 25 cm / 48 pagina's / rijk geïllustreerd / opmaak Chang Chi Lan-Ying / auteur: Kees Snoek
isbn 9789076452579
 
E. du Perron (1899–1940) is vooral bekend als schrijver van de autobiografische roman Het land van herkomst en als medeoprichter van het invloedrijke literaire tijdschrift 'Forum'.
Minder bekend is dat hij al rond zijn twaalfde jaar beeldverhalen maakte. Soms zijn dit series tekeningen die zonder tekst een spannend verhaal vertellen, een soort strips avant la lettre. Daarnaast zijn er ook ‘echte boekjes’ met in een keurig handschrift geschreven teksten en bijpassende illustraties. Dit jeugdwerk wordt hier voor het eerst gepubliceerd.
Het geeft een beeld van wat de in het koloniale Nederlandsch-Indië opgroeiende Eddy du Perron boeide. Daadkrachtige helden beleven heftige avonturen in ontmoetingen met hun vijanden. Er is wapengekletter en bloedvergieten. Schepen vliegen in de lucht of gaan in vlammen op. Er zijn gevechten met Indianen en inboorlingen, maar in François
 
Charpèt, de jonge Fransche adelborst, in dienst der Engelschen zijn het Engelse, Franse en Spaanse zeelieden en piraten die met elkaar slaags raken. In zijn inleiding beschrijft Kees Snoek, de biograaf van E. du Perron, waar de jonge Eddy zijn inspiratie vandaan haalde. Bekend is bijvoorbeeld dat de befaamde avonturenboeken van kapitein Marryat hem ’s nachts uit zijn slaap hielden omdat de spannende scènes zijn fantasie prikkelden.
In Eddy’s avontuurlijke beeldverhalen is het prille begin te zien van het latere schrijverschap van E. du Perron, waarin de ‘persoonlijkheid’ – in de termen van Forum: de ‘vent’ – zo’n centrale rol vervult. 


Aanbieding briefwisseling E. du Perron en Jacques Gans 1933-1936

Voor leden van het E. du Perrongenootschap geldt een aantrekkelijke korting.
Zij betalen geen € 22,50 maar slechts € 17,50 (excl. verzendkosten).
Vermeld bij uw betaling: ‘lid EDPG’
.

Zojuist verscheen ‘Als het moet, alleen tegen de geheele wereld’. De briefwisseling tussen E. du Perron en Jacques Gans 1933-1936. Het boek werd samengesteld, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Willem Maas. De uitgave bevat alle 43 teruggevonden brieven die Jacques Gans en E. du Perron elkaar schreven gedurende de jaren 1933 – 1936. Maar liefst acht brieven van Du Perron worden hier voor het eerst gepubliceerd; één brief, waarvan in de Brieven-editie slechts een fragment werd gepubliceerd, is nu compleet.

De briefwisseling Du Perron-Gans ontstond in de woelige jaren 1933 –’36, een cruciale periode in het leven van beiden én in de Europese geschiedenis. Het werd steeds duidelijker dat niemand afzijdig kon blijven in de strijd tussen fascisme en communisme. In 1933 kwam Hitler aan de macht, in 1936 viel niet langer te ontkennen dat Rusland onder Stalin eveneens in een meedogenloze dictatuur was veranderd. Ook Du Perron en Gans stortten zich in het debat, hoewel de eerste zich het liefst op Tahiti had teruggetrokken en de laatste zijn buik vol had van de partijpolitieke machinaties waarvan hij het slachtoffer was geworden.

De correspondentie, die vooral draait om de politieke en literaire issues van die jaren, wordt ongemeen levendig gevoerd, op een heel vanzelfsprekende en directe manier. Du Perron had al een reputatie als hartstochtelijk briefschrijver, maar ook Gans laat zien dat hij in zijn brieven scherp en levendig kan formuleren. Zo is zijn brief over het Jordaanoproer een prachtig voorbeeld van betrokken verslaggeving. Dat de brieven van beiden zijn opgenomen, geeft deze uitgave een duidelijke meerwaarde. Het dialogisch karakter van de correspondentie komt zo volledig tot zijn recht.

Als bijlage is opgenomen het artikel ‘Het verwaarloosde individu en de verzuimde revolutie’ van Gans. Hij schreef dit artikel in de laatste maanden van 1934 voor Forum, maar het werd nooit gepubliceerd. Het moest de neerslag worden van zijn ontwikkeling – mede onder invloed van Du Perron - van geheide partijcommunist tot anarchist. In een van zijn brieven formuleerde hij het zo: ‘Als het kan met het proletariaat tegen de bourgeoisie, maar als het moet, desnoods alleen tegen de geheele wereld.’ De uitgave wordt gecompleteerd door een register.

Willem Maas publiceerde eerder o.a. Jacques Gans, biografie (2002) en bezorgde in 1992 een heruitgave van Ce vice impuni, la lecture onder de titel De onbestrafte zonde van Jacques Gans, evenals deze editie uitgegeven door de Stichting Neerlandistiek VU te Amsterdam.


‘Als het moet, alleen tegen de geheele wereld’. De briefwisseling tussen E. du Perron en Jacques Gans 1933-1936, samengesteld, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Willem Maas. Amsterdam, Stichting Neerlandistiek VU & Münster, Nodus Publikationen, 2006. 114 blz.

NB. Voor leden van het E. du Perrongenootschap geldt een aantrekkelijke korting. Zij betalen geen € 22,50 maar slechts € 17,50 (excl. verzendkosten). Vermeld bij uw betaling: ‘lid EDPG’.

Het boek is te bestellen bij;
de Stichting Neerlandistiek VU Amsterdam,
De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam
(ISBN 90-72365-90-9)

of bij Nodus Publikationen, Postfach 5725, D-48031 Münster, BRD
http://elverdissen.dyndns.org/~nodus/
ISBN 3-89323-751-8.


naar bovenKees Snoek benoemd aan Sorbonne

Per 1 september 2006 is dr. C.H. Snoek benoemd tot gewoon hoogleraar ‘en littérature et civilisation néerlandaises’ aan de Sorbonne (Paris-IV). Na twee jaar als buitengewoon hoogleraar te hebben gewerkt op contractbasis, heeft hij nu een vaste aanstelling verworven. De nieuwe functie betekent dat Kees Snoek voortaan de zorg draagt voor de coördinatie van de colleges Nederlandstalige letterkunde en cultuurgeschiedenis van Nederland en België. De vaste staf van de vakgroep Nederlands bestaat verder uit een gewoon hoogleraar Nederlandse taalkunde (Jan Pekelder) en drie ‘maîtres de conférences’, van wie er twee colleges in letterkunde en cultuurgeschiedenis verzorgen. Voorts zijn er drie mensen in tijdelijke dienst: een assistent onderwijs en onderzoek (gepromoveerd op Marcellus Emants) en twee ‘maîtres de langue’, die voornamelijk de taalvaardigheidscolleges geven. De opleiding bestaat uit vier studiejaren, die gevolgd kunnen worden door een Master (alleen voor hoofdvakstudenten). Er zijn ook bij- en keuzevakstudenten.

Kees Snoek is specialist op het gebied van E. du Perron en de (post)koloniale letterkunde. Hij promoveerde in 1990 op het proefschrift ‘De Indische jaren van E. du Perron’. In 2005 verscheen van zijn hand de biografie ‘E. du Perron. Het leven van een smalle mens’. Hij doceerde eerder in Ann Arbor, Michigan (1977-1982), Jakarta en Depok, Indonesië (1982-1990), Oldenburg, Duitsland (1991), Auckland, Nieuw-Zeeland (1992-1997) en Straatsburg, Frankrijk (1997-2000). Sinds 2004 bekleedde hij de functie van ‘professeur associé’ aan de Sorbonne.

Het E. du Perron Genootschap feliciteert Kees Snoek van harte met zijn vaste benoeming in Parijs, een stad met een hoog Du Perron gehalte. In Parijs zette E. du Perron immers zijn eerste stappen op het schrijverspad, hij woonde en werkte er tussen 1932 en 1936, sloot er vriendschappen met mensen als Pia en Malraux en schreef er Het land van herkomst, waarin Parijs ook sterk aanwezig is.


naar bovenE. du Perronprijs 2005

matsierOp 25 januari jl. ontving de schrijver Nicolaas Matsier de E. du Perronprijs voor zijn estafetteroman ‘Het achtenveertigste uur’ (De Bezige Bij, 2005) over ambtenaren en asielzoekersprocedures. De prijs (€ 2500,-) is ingesteld door de gemeente en universiteit van Tilburg voor een persoon die bijdraagt aan een goede verstandhouding tussen verschillende groepen in Nederland. Zie ook www.uvt.nl.



naar bovenStichting Menno ter Braak

Op 11 januari jl. is de Stichting Menno ter Braak opgericht met als doel ‘de verbreiding van het werk van de schrijver Menno ter Braak (1902-1940), in het bijzonder door het digitaal (doen) publiceren van zowel zijn eerder uitgegeven werk en zijn niet gepubliceerde werk als zijn correspondentie (de brieven van Ter Braak aan derden en de door derden aan hem geschreven brieven)’. Het streven is dit alles op een website te zetten die aansluit bij de Digitale Bibliografie voor Nederlandse Letteren (DBNL).

Inlichtingen bij de secretaris van de Stichting Menno ter Braak:
Corinna van Schendel,
Keizersgracht 802-III, 1017 ED Amsterdam,
E-mail: c.van.schendel@freeler.nl.


naar bovenBrieven van Du Perron aan Paul van Ostaijen

Henri-Floris Jespers heeft onlangs in de nalatenschap van Gaston Burssens twee onbekende briefjes van Du Perron aan Paul van Ostaijen gevonden. In een ervan heeft Du Perron het over zijn ziek-zijn, dat de vorm aanneemt van: “een bronchitis; een beetje koorts, en, vervelender nog, een stem als van een nachtwaker die naar zijn eind loopt.”


Biografie van Du Perron

Op 2 maart 2005 is in De Balie te Amsterdam de langverwachte biografie van Kees Snoek, E. du Perron. Het leven van een smalle mens gepresenteerd tijdens een door de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) georganiseerde avond met verschillende sprekers over Du Perron.
De biografie bevat veel onbekend materiaal over Du Perron.

Kees Snoek, E. du Perron. Het leven van een smalle mens (Amsterdam, Nijgh en Van Ditmar, ISBN 90 388 6954 1 - € 39,95.

Op zaterdag 5 maart 2005 heeft het radioprogramma ‘De knetterende letteren’ van 14.00-15.00 uur aandacht besteed aan E. du Perron en de verschenen biografie, met een forumgesprek tussen Elsbeth Etty, Rob Schouten, Frits Abrahams en Kees Snoek.

Op donderdagavond 10 maart interviewt Hans Renders Kees Snoek over Du Perron en de biografie in Athena’s Boekhandel, Oude Kijk in ’t Jatstraat 42, 9712 EL Groningen. Aanvang 20.30 uur, zie www.athenas.nl.


E. du Perronprijs 2004

matsierAan Kees Beekmans, auteur van de verhalenbundel Eén hand kan niet klapt (2004), is op 19 januari 2005 de vijftiende E. du Perronprijs toegekend. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan mensen of instellingen die zich door een culturele bijdrage verdienstelijk hebben gemaakt voor de bevordering van wederzijds begrip tussen in Nederland wonende bevolkingsgroepen. Beekmans werkt sinds tien jaar als leraar Nederlands op zwarte scholen in Amsterdam. Hij publiceerde zijn ervaringen met buitenlandse kinderen in o.a. De Groene en de NRC. Eerdere winnaars waren o.a. Carl Friedman, Anil Ramdas en Marion Bloem. Zie ook www.uvt.nl.


naar bovenHet boozige boekje

In de jaren twintig liet E. du Perron voor zijn eigen plezier in kleine oplagen publicaties drukken bij uitgever A. A. M. Stols. Het eerste boekje was Het boozige boekje uit 1926, in een oplage van vijftig exemplaren, genummerd en in het colofon gesigneerd door Du Perron en Stols. Van Het boozige boekje is onlangs in Vlaanderen een bijzonder exemplaar ontdekt. In een hoeveelheid afgeschreven publicaties van een regionale openbare bibliotheek die klaarstond voor het oud papier, trof een medewerker die het geheel nog eens doorliep het boekje aan. Het is, geheel zoals het in gevallen als deze niet hoort, maar zoals een vlijtige bibliotheekmedewerker het nu eenmaal aanpakt, ontdaan van het oorspronkelijke omslag, voorzien van de nodige etiketten, stempels en met balpen geschreven plaats- en onderwerpsnummers en ten slotte in een blinde en geplastificeerde bibliotheekband gebonden.
Waarom het boekje de aandacht trok was omdat er met de hand iets voorin geschreven stond: “Aan Paul van Ostaijen als aangekondigd EduP.”
Het is, kortom, van een op zichzelf al zeldzaam boekje een opdrachtexemplaar, en dan ook nog eens met een opdracht aan de belangrijkste expressionistische dichter van ons taalgebied: Paul van Ostaijen (1896-1928). Het boekje is een tastbaar blijk van de vriendschap tussen Du Perron en Van Ostaijen, die duurde van 1925 tot Van Ostaijens zeer ontijdige overlijden. De invloed die zij op elkaars werk, en meer bepaald op elkaars poëzieopvattingen hebben gehad, is voor hun beider ontwikkeling van groot belang geweest.
De vinder van het boekje trad in contact met het E. du Perron Genootschap. Allereerst werd de vinder het belang van dit Boozige boekje duidelijk gemaakt. Vervolgens werd besloten er via het EDPG een goede bestemming voor te zoeken. Zodoende werd dit bijzondere exemplaar ten geschenke aangeboden aan de Koninklijke Bibliotheek. Vanzelfsprekend werd het daar, ondanks het op het eerste gezicht onbeduidende uiterlijk, in grote erkentelijkheid aanvaard. Het boekje zal worden toegevoegd aan de Du Perron-collectie. (Reinder Storm)


naar bovenBrieven van Du Perron aan Paul van Ostaijen

Henri-Floris Jespers heeft onlangs in de nalatenschap van Gaston Burssens twee onbekende briefjes van Du Perron aan Paul van Ostaijen gevonden. In een ervan heeft Du Perron het over zijn ziek-zijn, dat de vorm aanneemt van: “een bronchitis; een beetje koorts, en, vervelender nog, een stem als van een nachtwaker die naar zijn eind loopt.”


naar bovenHabilitation van Kees Snoek aan de Sorbonne

Op 3 december 2003 heeft Kees Snoek met succes zijn 'habilitation' verdedigd aan de Sorbonne te Parijs. Deze plechtigheid, op sommige onderdelen te vergelijken met het verdedigen van een proefschrift in onze contreien, is door Snoek zelf beschreven.

Soutenance d’habilitation à diriger des recherches, 3 december 2003, Centre Universitaire Malesherbes, Sorbonne, Paris IV.

Kandidaat: Kees Snoek

Leden van de commissie (‘jury’):
Jean-Marie Valentin (prof. Germanistiek aan de Sorbonne, voorzitter van de commissie)
Hanna Stouten (prof. Nederlandse letterkunde aan de Sorbonne, ‘directeur de thèse’, begeleider), Jaap Goedegebuure (prof. letterkunde, Kath. Univ. Brabant te Tilburg), Henri Chambert-Loir (indonesianicus, directeur van de Ecole Française d’Extrême-Orient)
Hugo Brandt Corstius (emeritus hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Sorbonne).

Gasten van de kandidaat:
Nur Aeni Isa (echtgenote), Manu van der Aa (Turnhout, neerlandicus, bestuurslid E. du Perron genootschap), Jan Bos (Den Haag, neerlandicus), Frans Bulhof (Den Haag, neerlandicus, voorzitter E. du Perron genootschap) en echtgenote Elisabeth Daverman (Den Haag, academisch vertaalster), Marinel Gerritsen (Utrecht, neerlandicus), Bas Heijstek (Dordrecht, oud-gemeenteraadslid), Frank Jansen (Utrecht, neerlandicus), Henri-Floris Jespers (Antwerpen, literatuurhistoricus), Luc en Thierry Neuhuys (Brussel, zonen van de modernistische dichter Paul Neuhuys, directie Fondation Ça Ira, wiskundigen), Reinder Storm (Den Haag, neerlandicus, bestuurslid E. du Perron genootschap), Daan Tits (Parijs, medewerker Eurosatellieten).

Verder waren bij delen van de bijeenkomst medewerkers aanwezig van de vakgroep Nederlands aan de Sorbonne, onder meer Jan Pekelder en Theo Puttemans.

De bijeenkomst werd om 8.40.u. geopend door Jean-Marie Valentin. Vervolgens las ik mijn geprepareerde tekst voor. Valentin had me in zijn openingswoord gevraagd om aan het einde van mijn betoog toe te lichten wat voor wetenschappelijke activiteiten ik in de toekomst zou gaan ontplooien, maar omdat ik die al in mijn 55.064 woorden tellende “thèse d’habilitation” had behandeld, heb ik dit achterwege gelaten, mede omdat ik mijn voorbereide betoog niet wilde verslappen door er van alles aan toe te voegen. Het werd me vergeven. Over het geheel was de “oppositie” van de commissieleden trouwens nogal vriendelijk. De zitting duurde slechts drie uur en een kwartier, nog onderbroken door een pauze. Naar Parijse begrippen was het dus een “makkie”, want een soutenance de thèse kan wel zeven uur in beslag nemen als ze het je lastig willen maken.

Minder vriendelijk gestemd waren sommige commissieleden ten aanzien van Eddy du Perron (1899-1940), die “narcist” en “egoïst” werd genoemd (door Hanna Stouten), een verwende jongen, die zich ontpopte tot een vrouwenhater met een geseculariseerd Madonnacomplex en die ook nog homofoob was, enfin iemand met een sterk minderwaardigheidscomplex, die de vrouw ofwel in de modder drukte ofwel op een voetstuk plaatste. Met deze ambivalentie zou hij aansluiten bij het martiale modernisme van Marinetti, Wyndham Lewis, Ezra Pund en Ernst Jünger. Bovendien verwierp hij “damesliteratuur” (Jaap Goedegebuure dixit).

Ik antwoordde dat het heel gemakkelijk zou zijn een “biographie démythifiante”, een debunking oftewel ontmythologiserende biografie van Du Perron te schrijven, maar dat het moeilijker is oog te krijgen voor zijn ontwikkeling en daarin de nuances te zoeken. Bovendien zou je kunnen zeggen dat buitengewoon veel schrijvers narcistische en egocentrische personen zijn, dus dát is nou niet zo bijzonder. Verder heeft Du Perron het aan zijn grote intelligentie en drang tot kennis – die ook al in zijn jeugd aanwezig was – te danken, dat hij niet in zijn narcisme is blijven steken. We kunnen Du Perron evenals Stendhal ook een “egotist” noemen, en dat is iemand die zijn normen en waarden ontleent aan zichzelf, maar daarbij de autokritiek en de zelfanalyse allerminst schuwt. Bovendien vormt deze kritiek het uitgangspunt voor de kennis van anderen. “L’art de connaître le coeur humain” was Du Perron evenzeer als Stendhal op het lijf geschreven.

Wat Du Perrons “misogynie” betreft, maak ik verschil in zijn gedrag tijdens zijn “komediantenperiode” (1922-1927) en daarna. Bovendien gaf ik enkele voorbeelden van een hoffelijke omgang met vrouwen, en niet alleen na zijn huwelijk met zijn tweede vrouw Elisabeth de Roos, maar ook al uit in 1921 (de zusjes Jordaan). Bovendien was ik het niet eens met Jaap Goedegebuure, dat hij Elisabeth de Roos op een voetstuk stelde. Hij wilde haar juist door en door leren kennen. Wel is waar, dat hij door zijn huwelijk met haar in menselijk opzicht veel rijper is geworden, waardoor hij milder is gaan oordelen over mensen. Er was voor zover ik heb kunnen nagaan geen sprake van misogynie tegenover zijn Indonesische vrouwelijke kennissen, in de periode 1936-1939. Wat zijn afkeer van “damesliteratuur” betreft: die belette hem soms bepaalde kwaliteiten te zien in damesauteurs, zoals in Székely-Lulofs, maar was grotendeels ook wel terecht. Ook Székely-Lulofs schrijft soms toch erg pathetisch.
[Een bedenking achteraf: negatieve opmerkingen over sommige vrouwen zijn in alle perioden wel te vinden, maar dat geldt ook voor sommige mannen, zoals Dirk Coster en Victor Varangot].

Hanna Stouten had in haar inleiding ook gezegd, dat Du Perron een “personnalité compliquée” was. Daar kunnen we het alleen maar mee eens zijn, dunkt me. In de pauze vond Henri-Floris Jespers het gelegde verband tussen Du Perrons misogynie en het modernisme onterecht. Volgens hem waren misogynie en antisemitisme kenmerkend voor de hele periode in kwestie, en niet specifiek voor modernisten. [Vergelijk op dit punt de biografieën van Marsman, Ter Braak, Slauerhoff en Roland Holst].

Over het gebruik van psychologie in biografieën bracht ik naar voren, dat dit zeker gerechtvaardigd is waar het welomschreven gevallen van psychische gesteldheden of stoornissen betreft (de epileptische persoonlijkheid – met psychotische uitschieters – van John Cowper Powys, beschreven door Ernst Verbeek; de pedofilie van Jan Hanlo, beschreven door Hans Renders). De psychoanalyse is echter een onderzoeksmethode die ontworpen is voor de analyse van levende mensen en kan niet zonder meer worden toegepast op dode schrijvers (Jaap Goedegebuure zelf verwijst in zijn biografie van Marsman naar een artikel van de psycholoog Anthony Storr, die deze mening verdedigt). Niettemin wordt er in sommige biografieën lustig op los gepsychologiseerd: Oedipuscomplex, verdringing, projectie, sublimatie, etc., etc. Het gevaar bestaat dat de “held” van de biografie wordt gereduceerd tot een lijder aan complexen. Hoewel ik ook meen, dat een psychologische duiding van belang is, wil ik simplificaties en reducties vermijden.

Henri Chambert-Loir stak de loftrompet over mijn bijdragen op het gebied van de Indische en Indonesische letterkunde en stelde vervolgens enkele vragen naar aanleiding van mijn thèse d’habilitation. Hugo Brandt Corstius zei vooral de Parijse periode interessant te vinden. Hij bracht naar voren, dat het frappant is dat drie belangrijke Nederlandse schrijvers die in verschillende tijden in Parijs hebben gewoond zich elk voor zich intensief met Multatuli hebben beziggehouden, namelijk Conrad Busken Huet, Eddy du Perron en Willem Frederik Hermans. Hij vroeg mij aan welke vriend Du Perron de voorkeur zou hebben gegeven: aan André Malraux of Menno ter Braak. Ik antwoordde, dat dat volgens mij Malraux moest zijn, omdat Du Perron emotioneel meer met hem gemeen had. Ter Braak (de intellectueel Wijdenes in Het land van herkomst) was qua persoonlijkheid meer een antipode. Wel was Ter Braak een trouw vriend, aan wie Du Perron veel had (juist ook door de wrijving in hun persoonlijkheden), maar in zijn houding tegenover de politiek stond hij veel dichter bij Ter Braak dan bij Malraux.

Jean-Marie Valentin besloot de sessie met een lange toespraak, waarin hij onder meer het belang beklemtoonde van de studie van de Nederlandse cultuur en maatschappij voor een vakgroep Nederlands in het buitenland. Hij toonde zich daarom tevreden over de kandidatuur van iemand die een boek over Nederland had geschreven. De kandidaat was geaccepteerd en zou voortaan onderzoek mogen begeleiden. Hoewel het besluit een simpel “oui” of “non” inhield, had de commissie besloten er zijn “félicitations” aan toe te voegen, wat zoveel betekent als: prima prima!

Na de sluiting werd er nog enige tijd nagekaart in de hal van het Malesherbes-gebouw, waarna een groep van 18 mensen op zoek ging naar een gelegenheid waar we wat konden drinken. Het was echter de vraag of we op lunchtijd nog wel een gelegenheid zouden kunnen vinden die plaats bood aan allen. We gingen welgemoed op weg en na een paar honderd meter wees Henri-Floris een klein café-restaurant aan dat zich aan de overkant van de straat bevond. De gebroeders Neuhuys, in de voorhoede, staken hun vriendelijke gezichten om de deur en vermurwden de ober. Onze binnenkomst was een invasie, maar de serveerster nam de allures aan van een slangenmens en wist met verbazende balanceerkunst, telkens glimlachend en excuses mompelend, allerlei glazen en borden ongeschonden naar de tafeltjes te manoeuvreren. De kandidaat werd verrast met enkele aardige geschenkjes en complimenteuze opmerkingen.

Zo eindigde alles in pais en vree.


Homepage: www.edpg.nl   E-mail: info@edpg.nl
© 2002-2011 E. du Perron Genootschap.  Laatste wijziging 1-04-2011 .

ontwerp WAMdesign amsterdam